Adham en de draak

Een speciaal verhaaltje voor Adham

Op een dag liep Adham met zijn vriendje Pax door het bos, toen ze een wel heel bijzonder geluid hoorden. Oorverdovend was het eigenlijk. Adham en Pax schrokken er enorm van. Daarbij roken ze ook een sterke brandlucht. Adham en Pax keken elkaar aan. ‘W-w-wat is dat?’ stotterde Pax. ‘Ik heb geen idee, maar het ruikt naar avontuur!’ zei Adham opgewonden. Hij was al snel over de schrik heen en wilde heel graag gaan kijken wat er in het bos zo’n oorverdovend geluid had gemaakt. ‘Kom, we gaan op onderzoek uit!’ zei hij. Pax keek hem verontwaardigd aan en zei: ‘Dacht het niet Adham, dit klinkt echt heel gevaarlijk. Laten we onze vaders gaan halen!’ en hij wilde al omkeren om terug naar huis te lopen. Maar Adham hield hem tegen. ‘Nee joh, we kunnen toch eerst zelf even gaan kijken wat het is? Kom!’ en hij trok Pax mee, dieper het bos in.

Samen slopen ze door het bos. Ze probeerden zo weinig mogelijk geluid te maken, maar de kleine takjes kraakten toch onder hun voeten. Ineens hoorden ze het geluid weer. Het was nog harder dan eerst, het klonk akelig dichtbij. Pax huiverde. Hij durfde niet meer verder. ‘oke, blijf jij hier staan, ik denk dat we er bijna zijn, ik ga nog een stukje die kant uit,’ zei Adham.  Maar Pax durfde ook niet alleen te blijven, dus sloop hij toch met Adham mee naar daar waar het geluid vandaan leek te komen. Niet veel later konden ze door de struiken iets groots zien. Het was groen-grijs van kleur en heel, heel erg groot. ‘Wat is dat dan?’ vroeg Adham zich hardop af. Blijkbaar had het ding hen gehoord, want het keerde zich om zodat de jongens recht tegen de kop van een enorme draak aankeken. Pax dacht dat hij een hartaanval kreeg en ook Adham schrok zich helemaal kapot. Ze wisten niet hoe snel ze het bos uit moesten komen. Zonder zich nog zorgen te maken over het geluid dat ze maakten, renden ze gillend het bos uit. Toen ze in Bulger aankwamen, het dorp waar ze woonden, kwamen er veel mensen naar hen toe om te horen wat er aan de hand was. Aangezien ze nog steeds gilden, was er direct ophef in het kleine dorp. Pax en Adham praatten door elkaar heen en waren zo druk, dat niemand wijs kon worden uit wat ze precies vertelden. ‘Oke, en nu één voor één alsjeblieft,’ zei Adhams moeder. ‘Wat is er gebeurd?’ Pax keek naar Adham en gebaarde dat hij het moest vertellen, dus Adham nam het woord en vertelde wat ze gezien hadden. De mensen keken hen vol verbazing aan. ‘Een draak? Hebben jullie dat wel goed gezien? De draken wonen heel ver weg, het is haast onmogelijk dat ze hier in ons bos zijn. Het is al minstens 300 jaar geleden dat we hier last hadden van draken.’ Zei de buurman van Adham. Maar Adham en Pax wisten zeker dat ze een draak gezien hadden, daar was geen twijfel over mogelijk. 

Direct werd er een dorpsvergadering belegd om te overleggen wat er gedaan moest worden. Een draak, zo dicht bij hun dorp was een gevaar voor alle inwoners. De vlammen van de draak zouden het bos in as leggen en misschien ook wel hun huizen en hun dieren. De draak moest dus weg. Velen waren ervoor om de draak te doden. Anderen opperden dat de draak mogelijk verdwaald was en dat ze hem terug zouden moeten brengen naar waar hij thuishoorde. Maar niemand durfde dat, omdat ze geen idee hadden of de draak zich wel terug zou laten brengen. Misschien zou de draak hen allemaal verbranden. Ineens was er in het rustige Bulger veel paniek en onzekerheid. Iedereen praatte over de draak. Er moest snel een oplossing komen. Adham was wel geschrokken van de draak, maar toen hij er langer over nadacht, vond hij dit wel het grootste avontuur dat hij tot nu toe had beleefd. Hij vond het zielig dat mensen de draak wilden doden. Adham hield van alle dieren, dus ook van draken. Hij was vastbesloten om de draak weg te leiden van het dorp, zodat hij zijn eigen familie weer terug kon vinden. In de kleine bibliotheek van het dorp las hij alle boeken die er over draken te vinden waren. Zo kwam hij erachter waar het land van de draken was. Hij ontdekte dat de draak die hij in het bos gezien had weliswaar heel groot was, maar dat het eigenlijk nog een jonge draak was, die vermoedelijk tijdens een van zijn eerste vluchten de weg kwijt was geraakt. Hij probeerde de mannen in het dorp ervan te overtuigen dat deze jonge draak niet gedood mocht worden maar teruggebracht moest worden naar Drakenland, zodat hij zijn moeder weer kon vinden. Maar de meeste mannen wilden niet naar hem luisteren. De draak moest dood. Er waren al velen in het bos gaan kijken naar de draak, maar niemand had hem nog kunnen doden, omdat ze niet durfden, of omdat de draak verscholen zat achter struiken en bomen. Adham las ook dat draken in de nacht minder gevaarlijk zijn dan overdag, omdat ze ‘s nachts beter kunnen zien dan overdag. Het vuurspuwen doen ze als ze bang zijn. Ze zijn bang als ze niet goed kunnen zien. ‘Ik ga de draak terugbrengen naar zijn eigen land,’ fluisterde Adham tegen Pax. Pax keek hem geschrokken aan. ‘Dat is veel te gevaarlijk! Doe het niet. Laat het de mannen oplossen.’ Riep Pax. ‘Nee, het is niet gevaarlijk. Ik ga vannacht. Als ik morgenochtend niet op school ben, dan moet je me gaan zoeken oke?’ Pax keek Adham aan. Hij kende zijn vriend, het zou geen zin hebben om op hem in te praten, dus knikte hij dat het goed was. Pax deed die nacht geen oog dicht. Hij maakte zich grote zorgen. 

Adham was toen het donker was geworden gewoon naar bed gegaan. Maar hij lag klaarwakker. Toen hij hoorde dat zijn ouders ook naar bed gingen, sloop hij stiekem het huis uit, naar het bos. In zijn kleine rugtas had hij wat stukken vlees gedaan. Daarmee kon hij de draak de goede kant uit lokken. Hij had op de kaart gezien welke kant hij op moest gaan voor Drakenland. Stiekem had hij het kompas van zijn vader meegenomen, zodat hij wist dat hij de goede richting uitliep. Hij moest aldoor richting het noordoosten lopen, dan zou de draak op een gegeven moment vast zelf de weg weer weten. Gespannen liep Adham door het bos. De draak leek te slapen, want hij hoorde geen geluid. Hij liep en liep, maar kon het dier niet vinden. Toen hij het bijna wilde opgeven hoorde hij ineens heel dichtbij een zware ademhaling. Geschrokken keek hij rechts van zich en zag daar de draak rustig liggen slapen. Nu hij zo dichtbij was, leek de draak minder groot dan de eerste keer dat hij hem zag. Hoe maak je een slapende draak wakker, vroeg hij zich af. Hij haalde een stuk vlees uit zijn tas en hield het vlakbij de neus van de draak. Dat had direct het gewenste effect. De grote ogen van de draak gingen open. Een flinke brul kwam uit zijn bek. Adham schrok ervan, maar probeerde kalm te blijven. Hij gooide het stuk vlees in de bek van de draak. Dat leek de draak goed te bevallen. Langzaam kwam hij omhoog. Adham zocht in zijn broekzak naar het kompas en begon in noordoostelijke richting te lopen. Zoals hij gehoopt had, volgde de draak hem. ‘Zo, dit werkt best simpel eigenlijk,’ zei Adham hardop tegen zichzelf. Maar ineens boog de draak zijn kop tot vlakbij Adhams gezicht. Hij kon de warmte van de draak voelen en de geur van vuur drong zijn neus binnen. Adham schrok en besefte dat hij best gevaarlijk bezig was. Hij deed een stap opzij, maar de draak volgde hem met zijn kop. Adham kreeg het nog benauwder. Wat wilde het dier van hem? Hij voelde de kop van de draak tegen zijn rugzak duwen en toen begreep hij dat de draak nog iets wilde eten. Hij haalde nog een stuk vlees uit zijn tas en gaf het aan de draak, die bij het zien van het vlees direct zijn bek wijd opende. Adham haalde opgelucht adem. Het vlees was de oplossing, maar meteen bedacht hij zich dat het vlees ook een keer op zou zijn. Hij moest de rand van het bos zien te bereiken voordat het vlees op was. Hij vermoedde dat de draak de weg zelf terug naar Drakenland zou vinden, als ze eenmaal buiten het bos waren, dus stapte hij stevig door. Bijna rennend ging hij in noordoostelijke richting. Na enkele minuten gaf de draag weer aan honger te hebben, door nog eens met zijn kop tegen de rugzak aan te stoten. Deze keer was de duw harder, waardoor Adham bijna omviel. Gehaast haalde hij weer een stuk vlees uit zijn tas en gaf het de draak. Hij vervolgde snel zijn tocht. Aan de lucht was te zien dat de nacht niet lang meer zou duren, het werd al een klein beetje licht. Ook dat vond Adham geen prettig idee, want overdag waren draken minder vriendelijk dan in de nacht. Al rennend vroeg hij zich af of zijn plan wel zo slim was geweest. De opkomst van de zon, het opraken van het vlees, het was allemaal geen goed teken en hij had geen idee waar het bos ophield. Hoe lang zou hij nog moeten lopen? Op de kaart leek het bos veel kleiner. De geur van verbrand hout, die de draak met zich meedroeg, gaf hem ook geen zelfvertrouwen. Als de draak eenmaal vuur zou spuwen, dan werd hij levend geroosterd. Bijna raakte Adham in paniek, maar net op tijd herpakte hij zichzelf en zei hardop: ‘Wees nooit angstig, want dat voelt de draak en dan gaat het mis!’ Ook dat had hij in een van de vele boeken gelezen. Dapper rende hij verder en verder, door struiken en bossen. De draak was groot, maar kon hem goed volgen omdat hij gewoon alles plat trapte dat hij op zijn weg tegenkwam. Nogmaals gaf de draak aan een stuk vlees te willen. Gelukkig zaten er nog twee stukken in zijn rugtas. Adham gaf hem snel een stuk vlees. De draak was weer even tevreden en volgde hem. Regelmatig controleerde Adham of hij nog in de juiste richting liep. Dat ging gelukkig goed. Toen Adham na weer een heel eind rennen dacht dat hij de rand van het bos nooit zou bereiken, stond hij ineens op een open vlakte. Hij stopte met rennen en keek hijgend naar de opkomende zon. Het zag er werkelijk prachtig uit, maar hij had weinig tijd om te genieten van het mooie uitzicht, want de draak duwde hem om duidelijk te maken dat hij wilde eten. Adham gaf hem het laatste stuk vlees en bedacht wat hij nu toch met de draak verder zou moeten doen. Hij was ontzettend ver van Bulger gelopen en de draak stond nog steeds naast hem. Hij wist eigenlijk niet goed wat verder nog te doen. Plotseling zag hij in de verte een fel licht. De draak zag het ook. Het leek wel vuur, maar het was meer een flits, dus Adham wist niet zeker wat hij gezien had. Direct daarna zag hij weer het licht, nu iets langer. De draak liep enkele passen bij hem vandaan en sloeg ineens zijn grote vleugels uit. Door het gewapper van de vleugels voelde Adham een koude wind langs zijn lijf. Even schrok hij ervan, maar toen de draak opsteeg was de wind snel weg en zag Adham dat de draak richting het licht vloog. ‘Dan was het misschien het vuur van een andere draak, dat ik zag. Misschien was het wel de moeder van de draak!’ Tevreden draaide hij zich om om aan de lange weg naar huis te beginnen.

De zon stond inmiddels hoog aan de hemel, toen Adham nog steeds in het bos liep. Omdat hij die ochtend zo veel had gerend, liep hij nu rustig terug. Pax zou hem vast al aan het zoeken zijn, de school had hij immers niet op tijd gehaald vanmorgen. 

Pax had inderdaad alarm geslagen, toen Adham niet in de klas verschenen was. Eerst geloofde niemand zijn verhaal, maar de ouders van Adham geloofden hem wel. Zij kenden hun zoon en hadden gezien hoe hij de laatste dagen druk was geweest met het lezen van boeken over draken. Ze hadden echter niet verwacht dat hij helemaal alleen op pad zou gaan. Verontrust hoorden ze het verhaal van Pax aan en gingen direct met hem op pad. Enkele andere mensen uit het dorp gingen voornamelijk uit nieuwsgierigheid met hen mee. Halverwege het bos zagen ze Adham. Zijn moeder was uitzinnig van blijdschap en omhelsde hem stevig. Daarna moest hij vertellen wat hij precies had gedaan. Terwijl ze terug liepen naar Bulger, vertelde Adham over zijn avontuur met de draak. Pax was ontzettend trots op zijn vriend. Zijn ouders waren ook trots, maar vroegen hem toch om dit nooit meer te doen. Het had immers heel anders kunnen aflopen. 

In het dorp ging het verhaal over Adham en de draak als een lopend vuurtje rond. Er werd een feest georganiseerd. Iedereen was blij dat de draak geen bedreiging meer was. Adham werd tot held uitgeroepen. Tot diep in de nacht ging het feest door. Adham kon het niet helemaal meemaken want hij was doodmoe van de nachtelijke tocht met de draak. Moe maar trots en voldaan viel hij in slaap en droomde van zijn avontuur met de draak. 

Nicole Martens, februari 2019 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.