Brugklas

Om precies 8.10u schoof Josje haar fiets in het fietsenrek bij haar nieuwe school. een week ging ze nu naar de middelbare. Haastig zette ze haar fiets op slot en liep met haar zware rugzak en een gymtas de school binnen. Het was druk. Overal liepen kinderen. Josje moest wennen aan de drukte. Op de basisschool was het nooit zo chaotisch druk geweest. Ze baande zich een weg naar haar kluisje om haar gymtas en jas in op te bergen. Bij haar kluisje aangekomen zag ze dat er een aantal grotere kinderen precies voor haar kluisje stond. Josje kreeg het warm. Ze had zich zo groot gevoeld toen ze naar de middelbare mocht, maar hier op school voelde ze zich weer zo klein. Een ‘brugsmurf’, zoals de oudere kinderen haar noemden. Of ‘brugpieper’, ook zo’n vervelend woord. Ze vond het dan ook lastig om te vragen of ze er even bij mocht, zeker omdat er wel een stuk of 5 kinderen stonden, waarschijnlijk uit de vierde ofzo. Ze kon ook even wachten tot ze weggingen, ze had nog enkele minuten voordat ze in de klas moest zijn. Maar ze wilde absoluut niet te laat komen en moest het lokaal nog zoeken. Het gebouw was groot en ze was al een paar keer verkeerd gelopen de afgelopen week. Op de een of andere manier vond ze ook nooit een klasgenoot totdat ze bij het juiste lokaal was. Er waren gewoon te veel kinderen, vreemde gezichten, vreemde lokalen en gangen die elke dag wel nieuw voor haar leken. Josje vond het allemaal erg vermoeiend, de middelbare school. Ze had voortdurend haast, bang om te laat te komen.

Nu stond ze daar vlakbij haar kluisje, maar ze kon er dus niet bij. De kinderen leken niet van plan weg te gaan, dus raapte Josje al haar moed bij elkaar en liep naar het groepje toe. ‘Zou ik er even bij mogen?’ vroeg ze zachtjes. Niemand hoorde haar, niemand leek haar te zien. Wat voelde ze zich vreselijk! Ze kon wel huilen, maar dat was niet handig, dat wist ze zelf ook wel. Met trillende stem zei ze iets harder: ‘Zou ik er even bij mogen?’ Een meisje keek op. Josje keek haar verlegen aan. Nu komt het dacht ze, nu krijg ik de volle laag en noemen ze me vast weer brugsmurf. Maar dat gebeurde niet. Het meisje duwde haar vrienden opzij en zei: ‘Natuurlijk joh, waar is je kluisje?’ Josje wees voorzichtig naar het kluisje met nummer 4330. ‘Kom jongens, even opzij, dat meisje moet erbij.’ De oudere kinderen gingen gewoon opzij en Josje kon bij haar kluisje. Ze voelde zich heel trots. Het was gewoon goed gegaan! De kinderen waren opzij gegaan zonder haar voor brugsmurf uit te schelden of andere vervelende dingen te zeggen. Vlug stopte ze haar spullen in haar kluisje, checkte op haar telefoon in welk lokaal ze moest zijn en ging op weg naar biologie.

Ze was niet eens als laatste bij het lokaal, sterker nog, ze mochten nog niet naar binnen! Josje slaakte een zucht van verlichting. Deze ochtend was het toch weer gelukt. Een last viel van haar schouders. Ze zag Maaike aankomen. Een meisje dat ze had leren kennen tijdens Frans. Ze leek heel aardig en kende net als Josje ook nog niemand in de klas. Maaike had een rood hoofd. ‘Nou, wat een gedoe weer! Ik kon mijn kluisje ineens niet meer vinden en toen ik het vond, stonden er allemaal mensen voor en die gingen niet opzij en ik dacht, ik kom te laat. Pfew, ik heb het weer gehaald.’ Josje moest een beetje lachen. Ze was dus niet de enige met dit probleem op de vroege morgen. ‘Bij mij ging het ook zo hoor,’ zei Josje. ‘Oh, echt?’ Maaike keek haar verbaasd aan. ‘Ik dacht dat ik de enige was die overal moeite mee heeft. Ik kan vaak het juiste lokaal niet vinden, ik heb de hele school al minstens 20 keer gezien volgens mij.’ ‘Dat heb ik ook hoor,’ zei Josje. Nu moesten de meiden allebei lachen.

Na biologie stond Engels op het rooster. In het juiste lokaal aangekomen, schoof Josje weer naast Maaike in een bankje. Ze zocht in haar tas naar haar Engelse boeken, maar kon ze nergens vinden. Ze had ieder boek in haar tas al drie keer vast gehad, maar geen Engels boek zat er tussen. Met een rood hoofd en ten einde raad, haalde ze alles uit haar tas wat er in zat. De leerkracht keek verbaasd naar Josje. ‘Zo Josje, grote schoonmaak vandaag? Dat kun je beter thuis doen.’ Zei de juf. Josje werd nu rood tot in haar nek. Iedereen keek naar haar, ze voelde zich afschuwelijk. ‘Ik eh, ik zoek mijn boek mevrouw,’ stamelde ze. Maar Josje had al gezien dat ze haar Engelse boek echt niet bij zich had. Voor de tweede keer die dag stond het huilen haar nader dan het lachen. Wat een ellendige dag. ‘En, heb je het gevonden?’ Verlegen schudde Josje haar hoofd. Tranen prikten achter haar ogen. Ze verwachtte nu een flinke preek van de leerkracht, maar die kwam er niet. ‘Het geeft niet, kan iedereen gebeuren. Kijk maar even mee met je buurvrouw en zorg ervoor dat je volgende keer je boek niet vergeet. Nu snel je spullen weg, dan kunnen we beginnen.’ Haastig propte Josje alles in haar tas. Daar kwam ze weer goed weg! Ze durfde de hele les geen woord meer te zeggen en was blij toen de bel aankondigde dat de les voorbij was.

‘Wat een stress, die middelbare school,’ verzuchtte Josje toen Maaike en zij het lokaal uitliepen. ‘Op de basisschool was het een stuk relaxter hoor!’ Maaike knikte. ‘Maar het is toch allemaal goed gekomen. Misschien moet je je iets minder druk maken. Het is heus niet erg dat je in het begin boeken vergeet of een lokaal niet kan vinden. We zullen vast niet de enige brugklassers zijn die daar last van hebben.’ Dat vond Josje wel een wijze opmerking. Zo had ze het nog niet bekeken. Ze nam zich voor om vanaf nu, niet meer zoveel stress te hebben en alles wat luchtiger op te pakken. Dan zou het vast ook goed komen. Het was in ieder geval het proberen waard, want nu werd ze doodmoe van naar school gaan!

 

Nicole Martens, november 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.