Emigreren

Een speciaal verhaaltje voor Johanna

Johanna gaat verhuizen. Niet zomaar naar een ander huis, nee, zelfs naar een ander land! Als je naar een ander land verhuist heet dat emigreren, heeft mama verteld. Johanna vindt het een prachtig woord. Omdat papa in dat andere land moet gaan werken, gaan ze dus verhuizen. Johanna kan zich nog niet helemaal goed voostellen hoe dat dan gaat en wat ze allemaal moet inpakken, maar papa en mama weten dat vast allemaal wel. Mama heeft gezegd dat ze naar Brazilië gaan verhuizen. Johanna vindt dat mooi klinken. ‘Ik ga in Brazilië wonen,’ zegt ze tegen zichzelf als ze voor de spiegel staat. Ze heeft geen idee waar Brazilië precies is, maar ze weet wel dat ze met het vliegtuig gaan. Dat op zich is al reuze spannend.

Een week voordat ze echt gaan verhuizen is het een ongelooflijke puinhoop in huis. Overal staan dozen met spullen er in. Mama loopt de hele dag door het huis te rennen om van alles in te pakken en te regelen. Johanna had niet bedacht dat echt alles mee moest. Als ze op vakantie gaan, dan gaan er nooit dozen mee. Ze vindt het allemaal raar. Gelukkig mag ze lekker bij opa en oma spelen, want mama is veel te druk om met haar te spelen en papa is nog aan het werk. Als ze thuiskomt van een dagje bij opa en oma, is haar hele kamer leeg. Al haar spulletjes zijn weg. Gelukkig staat haar bed er nog en zijn er nog kleren, maar ze kan haar speelgoed nergens vinden. ‘Waar zijn al mijn spulletjes mama?’ vraagt ze verontwaardigd. Mama legt uit dat ze alles in dozen heeft gedaan. De dozen worden dan naar Brazilië gebracht zodat ze ook in het nieuwe huis weer met haar eigen speelgoed kan spelen. Johanna knikt begrijpend. ‘Dan is het goed. Dan wacht ik wel met spelen totdat we verhuisd zijn,’ zegt ze wijs.

Op de laatste dag voor vertrek komen er nog allemaal mensen langs om afscheid te nemen. Ook haar beste vriendinnetje Evi en haar moeder zijn er. ‘Je komt toch wel snel een keertje naar Brazilië?’ vraagt Johanna aan Evi. ‘Ja, natuurlijk!’ roept Evi. ‘Ik zal meteen even vragen wanneer we komen,’ zegt ze, terwijl ze naar haar moeder loopt. ‘Mam, wanneer kan ik bij Johanna in Brazilië spelen?’ Evi’s moeder kijkt haar verbaasd aan. ‘Nou, dat is niet zo gemakkelijk Evi. Brazilië is ver weg, dan moet je met het vliegtuig. Dat kan niet op een woensdagmiddag.’ Evi en Johanna kijken beteuterd. Zouden ze elkaar dan nooit meer zien? Ineens wordt Johanna verdrietig en vindt ze het hele plan om te verhuizen naar Brazilië heel erg stom. Ze rent naar haar moeder en roept: ‘Ik ga niet naar Brazilië! Het is veel te ver weg en dan zie ik Evi nooit meer en dat is niet eerlijk!’  Johanna is nu echt boos en moet vreselijk huilen. Haar moeder troost haar en legt uit dat Brazilië inderdaad ver weg is, maar dat ze heus nog terugkomen in Nederland als ze vakantie hebben. ‘En,’ zegt ze, ‘je kan met Evi natuurlijk bellen en je kan elkaar ook zien tijdens het bellen. Dan ben je niet echt bij elkaar, maar kan je elkaar toch horen en zien.’ Johanna droogt haar tranen. ‘Kan dat echt mam?’ ‘Ja, natuurlijk lieverd. Het komt best goed allemaal, maak je maar geen zorgen. ‘ Johanna vertelt tegen Evi dat ze kunne bellen en dat ze elkaar ook kunnen zien als ze bellen en dat vindt Evi ook heel fijn. Ze maken er dan toch een fijn afscheidsfeestje van.

Na een lange vliegreis landen ze in Brazilië. Wat Johanna meteen opvalt is dat de mensen er allemaal heel anders uitzien dan thuis en dat ze helemaal niet kan verstaan wat er gezegd wordt. ‘Wat praten ze hier raar mam,’ zegt Johanna. Haar moeder glimlacht. ‘Mensen praten hier Portugees, dat heb ik je toch al verteld?’ Johanna knikt, dat is ook zo. Ze is onder de indruk van alles wat ze om zich heen ziet. Het is zo anders dan thuis. Zo is het heerlijk warm weer, dat voelt fijn. Maar al die mensen overal vindt Johanna wel wat druk. Johanna’s vader loopt over het vliegveld alsof hij nooit anders heeft gedaan. Hij komt voor zijn werk ook op veel verschillende vliegvelden en vindt het allemaal heel gewoon. Johanna niet, ze kijkt haar ogen uit en blijft angstvallig dicht bij haar moeder, bang om haar kwijt te raken in alle drukte. Als ze de koffers hebben opgehaald, waar alle spullen in zitten die ze echt nodig hebben, gaan ze met een taxi naar hun nieuwe huis. De dozen met speelgoed en andere spullen komen pas over een paar dagen aan in Brazilië, heeft papa verteld. Johanna vindt dat maar raar.

Het huis is heel groot en mooi. De buren wonen een eindje verderop en niet zoals in Nederland vlak naast hen. Verwonderd loopt Johanna door het bijna lege huis. Het lijkt een beetje alsof ze op vakantie zijn, dat is wel een fijn gevoel. Ze kan zich nog niet goed voorstellen hoe het is om hier altijd te wonen. Ook maakt ze zich een beetje zorgen over haar vriendjes in Nederland. Die zijn zo ver weg. Zouden hier ook wel leuke kinderen wonen waar ze mee kan spelen? Mama heeft verteld dat ze ook in Brazilië gewoon naar school zal gaan. Dan leert ze ook Portugees, net zoals de andere kinderen. Johanna vindt het reuze spannend, een nieuwe school en andere kinderen en ook nog een andere taal. Maar gelukkig mag ze eerst nog een paar weken thuis blijven, want het is ook in Brazilië vakantie. Dan kan ze eerst even wennen aan het nieuwe huis en de nieuwe omgeving.

 

Nicole Martens, oktober 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.