Het Vogelhuisje

Het is drie uur in de middag. De school is uit en Tim loopt naar huis. Hij is niet blij, het was geen fijne dag. Meestal vindt Tim school wel leuk, maar vandaag was er een rekentoets en Tim houdt niet van rekenen, gewoon omdat hij het niet zo goed kan. Hij heeft al vaak en veel geoefend, ook thuis. Maar op de een of andere manier blijven die cijfers maar niet in zijn hoofd zitten. Een rekentoets maakt het allemaal niet makkelijker. Iedereen in de klas is gespannen, het is muisstil en de juf loopt de hele tijd door de klas. Dan is er ook nog de tijdsdruk. De toets moet op tijd af en Tim denkt altijd dat hij geen tijd genoeg heeft om alles af te maken. En hij had het ook niet helemaal af. Hij was bezig bij de laatste som toen de juf zei dat ze moesten stoppen. Natuurlijk heeft hij zijn best gedaan, maar hij heeft geen flauw idee of hij het goed gemaakt heeft. 

Thuis vraagt zijn moeder waarom Tim zo somber is. ‘We hadden ineens een rekentoets. Zo stom. Ik heb echt mijn best gedaan, maar ik heb echt geen flauw idee of ik überhaupt wel een som goed heb gemaakt.’ Tim zijn moeder weet hoe moeilijk Tim het rekenen vindt en dat hij het graag goed wil doen. Ze weet ook dat hij echt zijn best doet, maar dat hij veel beter is in andere dingen. Ze slaat een arm om hem heen en geeft hem een dikke knuffel. ‘Je hebt je best gedaan, het is nu weer voorbij en we wachten gewoon af hoe je het hebt gemaakt. Nu gaan we gewoon gezellig van je vrije middag genieten. Ik zal iets te drinken inschenken en ik heb lekkere koekjes in huis. Kom, we maken er iets gezelligs van. Het komt wel weer goed.’ Tim probeert de rekentoets uit zijn hoofd te zetten en geniet van een lekker koekje. De deurbel gaat als hij zijn laatste hap neemt. Het is Tims goede vriend Berend. ‘Ga je mee voetballen buiten?’ vraagt Berend. Dat vindt Tim een goed idee. Op het veldje buiten zijn vaak meer kinderen uit de buurt en samen voetballen ze graag. Een gezellig potje voetbal zorgt ervoor dat Tim de rekentoets helemaal vergeet.

Als Tim de volgende dag op school komt, heeft de juf de toetsen al nagekeken. Tim heeft best veel fouten, maar gelukkig heeft hij nog wel een voldoende. Dan gaan ze verder met de gewone dingen van de dag. Maar de juf heeft al wel verteld dat ze in de middag iets bijzonders zullen gaan doen. Tim is erg benieuwd wat dat zal zijn. Na de lunchpauze vertelt de juf dan eindelijk wat de bedoeling is. Iedereen mag een vogelhuisje timmeren! Tim zit meteen op het puntje van zijn stoel. Dat lijkt hem ontzettend leuk om te doen. Ze werken in groepjes van twee. Tim moet samen met Mathilde aan het vogelhuisje gaan werken. Mathilde is een heel slim meisje, dat altijd hoge cijfers haalt en heel erg haar best doet in de klas. Ze zit altijd met haar vinger omhoog als de juf iets vraagt. Tim vindt haar een beetje suf. Van de juf krijgen ze een pakketje met plankjes en een papier waarop staat hoe het moet. Voor in de klas ligt gereedschap wat ze kunnen pakken als ze het nodig hebben. In één van de plankjes zit een rond gat. ‘Dat is de voorkant’, ziet Tim meteen. Mathilda kijkt hem aan. ‘Hoe zie je dat zo snel?’ ‘Da’s toch logisch, daar moeten de vogeltjes door naar binnen’, reageert Tim. Mathilda knikt begrijpend, dat had ze natuurlijk zelf ook kunnen bedenken. Tim kijkt naar de beschrijving en de tekening van het vogelhuisje. Hij legt de plankjes naast elkaar en ziet dat er 1 lange bij is. Op de beschrijving ziet hij dat het plankje precies door midden moet worden gezaagd. ‘Ik ga vast een zaag halen, anders zijn ze zo allemaal op’, zegt hij tegen Mathilda en hij loopt direct naar het gereedschap. Het plankje is 15 cm lang en moet precies doormidden. ‘Wat is de helft van 15?’ vraagt hij Mathilde. Tim heeft geen zin om er over na te denken, want hij heeft al wel ingezien dat je 15 niet heel gemakkelijk door 2 kan delen. ‘Dat is 7,5 centimeter’, zegt Mathilde. Tim meet het plankje af en begint direct te zagen. Keurig netjes recht gaat het plankje doormidden. Terwijl hij andere groepjes ziet klungelen met de zaag, gaan Tim en Mathilde verder met de volgende stap. Tim snapt heel snel hoe het vogelhuisje in elkaar moet en gaat snel verder. Mathilde kan het allemaal niet zo snel volgen. ‘Wat doe je nou? Waarom moet dat plankje zo?’ Tim merkt ineens dat Mathilde het niet helemaal begrijpt. In zijn enthousiasme was hij zo bezig, dat hij vergat om Mathilde erbij te betrekken. Hij kijkt haar aan en realiseert zich ineens dat het slimme meisje dit soort dingen niet zo snel doorheeft als hij. ‘Ik zal het je uitleggen,’ zegt Tim, want Mathilde wil graag weten hoe het moet en ze luistert dan ook aandachtig naar Tim zijn uitleg van het vogelhuisje. Ze stelt een hoop vragen en Tim blijft geduldig uitleggen terwijl hij de plankjes aan elkaar vast timmert. Uiteindelijk begrijpt ook Mathilde hoe het huisje in elkaar moet. Ze laat Tim al het timmerwerk doen, want haar eerste spijker ging direct helemaal scheef en ze sloeg bijna op haar duim. ‘Dit is niks voor mij, ik kan echt niet timmeren,’ zegt Mathilde beteuterd. Tim is blij dat hij kan laten zien waar hij goed in is en hij merkt dat Mathilde zowaar een beetje bewonderend naar hem kijkt. 

Na anderhalf uur zagen en timmeren en met behulp van een beetje houtlijm is het vogelhuisje van Tim en Mathilde helemaal klaar. Terwijl andere kinderen nog driftig staan te hameren kijken ze bewonderend naar hun eigen vogelhuisje. Het ziet er echt mooi uit. Ook de juf is onder de indruk. ‘Wat hebben jullie dit mooi gedaan jongens,’ zegt de juf. ‘Eigenlijk heeft Tim het meeste gedaan hoor, want ik kan echt niet timmeren’, zegt Mathilde eerlijk. De juf geeft Tim een grote glimlach. ‘Jij bent een natuurtalent Tim,’ zegt ze. Tim glundert. Hij is blij te zien dat hij ook ergens wel heel goed in is. 

Als hij die middag thuiskomt ziet zijn moeder zijn vrolijke gezicht. ‘Wat ben jij vrolijk vandaag! Was het leuk op school?’ vraagt ze. Tim vertelt over het vogelhuisje en hoe goed het ging. Dat hij samen moest werken met Mathilde, die heel slim is, maar niets begreep van hoe het vogelhuisje in elkaar moest en dat ze best een aardig meisje is, terwijl hij haar altijd heel suf vond. ‘Zie je nou wel, iedereen is ergens goed in. Je kan echt niet overal goed in zijn, dat zie je maar weer aan Mathilde. Ook zij heeft dingen die ze niet goed kan.’ ‘Nou inderdaad mam, dat had ik ook al gemerkt. En ik ben hartstikke goed in timmeren en daar ben ik heel trots op!’.

Nicole Martens 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.