Motorpech

De grote vakantie was net begonnen en omdat de zusjes Priscilla, Cathelijne en Rosemarie zo goed hun best hadden gedaan op school en een mooi rapport hadden gekregen, kregen ze van vader en moeder een rubberboot. Vlak bij het huis van de meiden was een groot meer, met verschillende strandjes, waar ze heerlijk op konden varen. De rubberboot had een kleine elektrische motor. Het bootje ging niet snel, maar dat was ook niet de bedoeling, ze konden zo heerlijk over het meer varen. De meiden waren er ontzettend blij mee, maar ze hadden nog wel onenigheid over wie er mocht sturen. Cathelijne had bedacht dat het veel relaxter was om gewoon op de punt van de boot te zitten met haar voeten bungelend in het water. Priscilla en Rosemarie konden het niet eens worden over wie er aan het roer mocht. Cathelijne had de oplossing: ‘Op de heenweg naar het strandje mag Pris, en op de terugweg kan Roos dan sturen’, zei ze. ‘Hoezo mag Pris dan eerst?’ zeurde Rosemarie. Priscilla en Cathelijne keken Rosemarie boos aan. ‘Nu moet je echt stoppen met zeuren, anders mag je gewoon niet eens mee!’ foeterde Cathelijne. Ze was het zo zat dat haar zusjes altijd ruzie maakten. Natuurlijk had zij ook wel eens ruzie, maar ze was de oudste en meestal ook de verstandigste. Rosemarie hield haar mond, toen ze zag dat ze niet haar zin zou krijgen.

Met zijn drieën droegen ze de boot naar de waterkant. Gelukkig liep papa even mee met de motor, want die was best zwaar. Ze hadden eten en drinken bij zich om op het strandje te picknicken. Mama had hen allemaal goed ingesmeerd, dus glibberden ze de boot in. Ze zwaaiden naar papa en voeren langzaam richting het strandje. ‘Zullen we eerst door het tunneltje varen?’ vroeg Priscilla. Cathelijne vond het een goed idee, maar Rosemarie begon weer te zeuren. ‘Dan is de terugweg veel korter dan de heenweg en mag Pris veel langer aan het roer!’ Cathelijne draaide zich boos om vanaf de punt van de boot. ‘Dan varen we toch gewoon via het tunneltje ook weer terug zeurpiet!’ snauwde ze tegen Rosemarie. ‘En nu wil ik gewoon gezellig varen. Geniet gewoon van het boottochtje! We gaan heus nog vaker varen hoor en we kunnen allemaal om de beurt sturen. Kijk daar twee zwanen!’ ze wees naar de kant. Rosemarie keek. ‘Oh en met kleintjes erbij! Zijn ze niet schattig!’ Priscilla knikte. Ze was blij dat Cathelijne het gezeur van Rosemarie had weten te stoppen. Het moest gewoon een gezellig tochtje worden. Het was hartstikke mooi weer. Zelfs een beetje te warm om in de boot te zitten, maar na het tunneltje kwam er gelukkig een lekker windje wat verkoeling bracht. Zonder gemopper en gezeur bereikten de meiden het strandje. De boot werd op het zand getrokken en ze doken het water in. Het water was heerlijk verfrissend en nadat ze een tijdje gespeeld hadden met de opblaasbal die ze mee hadden genomen, gingen ze picknicken op het strand. ‘Wel tof zo he?’ zei Cathelijne. Ze genoot echt van het uitje met haar zussen. De andere twee knikten. Na het laatste gezeur van Rosemarie was er geen onvertogen woord meer gevallen. Toen ze alles hadden opgegeten en gedronken doken ze nog een keer het water in. Het was zo warm dat ze tijdens het eten weer helemaal waren opgewarmd.

‘Zullen we terug varen?’ vroeg Rosemarie na een poosje. Priscilla en Cathelijne vonder het prima. Ze waren het zwemmen wel beu en varen was minstens zo leuk. Rosemarie klom bij het roer en Priscilla ging op de punt. Cathelijne gaf de boot een flinke duw vanaf het strandje om alvast een beetje vaart te krijgen, en sprong toen ook in het bootje. Ze voeren het meer op en zwaaiden naar andere bootjes. Het was gezellig druk op het water. Er was wat meer wind gekomen en ze zagen zelfs iemand met een surfplank. Ineens stopte de motor met draaien. ‘He, wat is dat nou?’ zei Rosemarijn verbaasd. Cathelijne zat het dichtst bij de motor en probeerde het ding weer aan de praat te krijgen, maar er gebeurde helemaal niks. ‘Ik denk dat ie leeg is! Had jij hem gisteren aan de oplader gelegd Pris?’ vroeg Cathelijne. Priscilla keek ineens heel schuldig. ‘ik denk dat ik dat vergeten ben….’ Nog voordat Rosemarie boos tegen Priscilla kon uitvallen zei Cathelijne: ‘Nou, dan moeten we terug naar huis roeien. Wie gaat er eerst?’ Maar roeien vond niemand echt leuk, dus kwam er geen antwoord. Cathelijne keek haar zusjes om de beurt aan, maar ook dat hielp niet. ‘Prima, dan blijven we hier dobberen. Jullie wilden allebei zo nodig sturen, dan mag je dat nu met peddels doen lijkt me. Ik ga niet roeien. ‘ zei Cathelijne. ‘Jij bent vergeten de motor op te laden Pris, dus dan ga jij maar roeien,’ snauwde Rosemarie. ‘Ja, maar jij zou op de terugweg sturen, dus dan moet jij nu roeien,’ reageerde Priscilla boos. Terwijl Priscilla en Rosemarie zaten te kibbelen, zag Cathelijne een bootje aankomen. Ze zwaaide en de mensen in het bootje zwaaiden terug. Cathelijne wenkte dat ze moesten komen en direct zag ze het bootje van koers veranderen. Toen ze dichtbij genoeg waren riep ze: ‘kunnen jullie ons helpen? Onze motor doet het niet meer.’ In de boot zaten vier sterke jongens, die wel even moesten lachen toen ze doorkregen wat het probleem was. Maar gelukkig wilden ze helpen. Priscilla en Rosemarie waren hun zus eeuwig dankbaar dat ze een oplossing had geregeld, waardoor geen van hen hoefde te roeien.  Cathelijne was bij de jongens aan boord gegaan, zodat het bootje van de meiden iets minder zwaar was en ze het gemakkelijker mee konden trekken. Ze had een hoop plezier met de jongens. Rosemarie zorgde ervoor dat ze netjes achter de andere boot bleef, door te sturen met de kapotte motor. Zo had hun uitje toch nog een gezellig einde. Ze spraken met de jongens af om de andere dag samen te gaan varen en Priscilla beloofde om de motor deze keer wel op te laden.

 

Nicole Martens, Juli 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.