Sneeuwballengevecht

De kinderen van groep 7/8 zaten net in de klas toen het ineens begon te sneeuwen. Grote witte vlokken dwarrelden naar beneden. Het duurde even voordat de kinderen het doorhadden, want sneeuw maakt geen geluid. ‘He Sas, het sneeuwt!’ fluisterde Kirsten zo zacht mogelijk. Maar toch konden ook de andere kinderen in haar groepje het horen en iedereen keek direct naar buiten. Een voorzichtige golf van opwinding ging door de klas. De meester begreep niet wat er gebeurde, tot hij zelf ook naar buiten keek en verrukt uitriep: ‘Eindelijk sneeuw!’ Hij liep naar het raam om te kijken of de sneeuw ook bleef liggen op het schoolplein. Meestal dooit het meteen weer weg en wordt het een natte vieze bende, maar deze keer niet. Een heel dun laagje vormde zich op het plein. ‘Dat wordt straks sneeuwpret, jongens!’ riep de meester, blij als een kind. ‘Nu even hard doorwerken, dan kunnen we straks op tijd naar buiten.’ Dat lieten de kinderen zich geen twee keer zeggen. Want het maakt niet uit hoe oud je bent, sneeuw is altijd geweldig. ‘Ik heb geen handschoenen bij me,’ fluisterde Fiona tegen haar buurman Quinten. ‘Dan krijg je lekkere koude handen straks,’ zei Quinten grinnikend. Fiona keek beduusd. ‘Lekker aardig ben jij joh!’ sneerde ze. 

Toen het tijd was om naar buiten te gaan lag er een dikke laag sneeuw op het plein en het sneeuwde nog steeds. Luidruchtig en druk pakten de kinderen hun jassen om naar buiten te gaan. Handschoenen werden aangetrokken, mutsen opgezet. Fiona keek om zich heen. ‘Heeft er iemand een extra paar handschoenen bij zich?’ vroeg ze luid. Eric, de meest stille jongen uit de klas kwam naar haar toe en zei zachtjes: ‘Ik heb nog een paar dunne handschoenen. Ze worden vast nat van de sneeuw, maar je mag ze wel lenen.’ Fiona keek hem aan. Ze vond Eric altijd een rare jongen, maar dit was wel erg aardig van hem. ‘Oh, dankjewel Eric! Dat is echt supertof.’ Ze pakte gretig de handschoenen van hem aan. 

Kirsten zette net een stap buiten toen er al een sneeuwbal om haar oren vloog. ‘Niet te geloven! Ik ben nog niet eens buiten en ze beginnen al!’ Maar Kirsten liet zich niet zomaar bekogelen, ze pakte snel een hand sneeuw en kneedde het tot een bal. Het was perfecte plaksneeuw. Ze keek om zich heen. Wie had die sneeuwbal gegooid? Verderop zag ze Rob en Pascal samen hard lachen. ‘Natuurlijk, het zijn ook altijd dezelfden,’ mompelde  Kirsten en ze wierp de sneeuwbal in hun richting. De jongens gingen net op tijd uit elkaar, zodat de bal zijn doel mistte. Maar Kirsten had al een nieuwe bal klaar en er ontstond een hevig sneeuwballengevecht. De jongens tegen de meiden. Dat was niet helemaal eerlijk, want de klas telde wel 16 jongens en slechts 9 meisjes. ‘Eric, kom ons helpen!’ Schreeuwde Fiona, die het niet eerlijk vond dat de jongens met zoveel waren. Eric durfde niet zo goed over te lopen, maar toen Sven besloot de meiden te gaan helpen, liep Eric ook over. 

Er werd flink gegooid. De kinderen kregen het warm ervan. Ze hadden rode wangen en natte handschoenen. Een bal belandde in de nek van Saskia, die keihard: ‘Ah nee, bah!’ schreeuwde. Terwijl Kirsten probeerde het ijs uit haar nek te vegen belandde er een sneeuwbal op haar oor. ‘Oh, dat deed pijn!’ riep ze. Direct maakte ze een nieuwe bal en gooide deze naar Rob. Die was raak, de sneeuwbal kwam recht in zijn gezicht terecht. ‘Zo, die had je niet zien aankomen he?!’ riep ze lachend. 

Maar toen gebeurde het. De kinderen waren zo druk aan het spelen, dat ze niet hadden gezien dat de meester ook buiten was gekomen. De sneeuwbal van Pascal, die bedoeld was voor Fiona, kwam recht in het gezicht van de meester terecht. ‘Wel potverdrie dubbeltjes!’ riep hij uit. ‘Wie deed dat?!’ Pascal durfde niks te zeggen. Hij was erg geschrokken en had geen idee of de meester echt boos was of niet. Het ging per ongeluk, maar ook dat durfde hij niet te zeggen. ‘Die kwam van Pascal, meester’, riep Kirsten. Pascal dacht dat hij nu wel voor straf naar binnen zou moeten, maar de meester pakte een grote hand sneeuw en wierp de bal in de richting van Pascal, die hem net kon ontwijken. Daar was de meester niet blij mee, dus hij maakte nog een bal. Pascal was blij dat de meester niet boos was en begon weer fanatiek mee te gooien. De meester zat nu ook midden in het sneeuwballengevecht. Hij gooide mee aan de kant van de meiden, omdat die nog steeds met minder waren. Ze hadden enorm plezier en toen de zoemer ging, hoorde niemand deze. Pas tien minuten later zei de meester dat ze toch echt naar binnen moesten. Er kwamen zo andere klassen buitenspelen en zij moesten weer aan het werk. ‘Ah, meester, nog heel even?’ vroeg Fiona liefjes en ook Kirsten keek hem smekend aan. ‘Nee jongens, we zijn al veel te lang buiten. We gaan nu naar binnen en misschien kunnen we eind van de dag nog een keertje naar buiten, als jullie hard werken.’ Dat vonden de kinderen een goed idee. Ze liepen de school in. Iedereen was kletsnat, niet alleen van de rake sneeuwballen, maar ook van de sneeuw die nog steeds naar beneden viel. ‘De handschoenen mogen op de verwarming in de klas!’ Riep de meester. Dat was fijn, dan konden ze tenminste drogen voor het volgende gevecht. 

Het was lastig concentreren in de klas. Het kijken naar neerdwarrelende sneeuwvlokjes is verslavend. Toch deden alle kinderen goed hun best, zodat ze eind van de dag nog een keer de sneeuw in konden. Deze keer besloten ze met de hele klas een enorme sneeuwpop te maken. Dat ging goed, want er was sneeuw genoeg. 

Nicole Martens, Januari 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.