Wintersport

Sofie en Ronald gaan voor het eerst op wintersport. Papa en mama hebben al veel verteld over de bergen en de sneeuw en hoe leuk het zal zijn, maar ze kunnen zich er nog weinig bij voorstellen. Ze zijn nog nooit in een land geweest waar bergen zijn. Sofie is reuze nieuwsgierig, Ronald vindt het best spannend, maar de sneeuw vindt hij wel leuk. 

Nu zit alles in de auto en vannacht gaan ze al rijden. Dat vinden de kinderen wel heel spannend, rijden in het donker, als iedereen slaapt. Er zit een grote koffer op het dak van de auto. Papa en mama hebben ski’s en die zitten in de koffer. Die zijn zo lang dat ze niet in de auto passen. Mama heeft alle kleren voor iedereen ingepakt en papa heeft alles in de auto en in de koffer op het dak gepropt. 

Het is 3 uur in de nacht als Sofie en Ronald uit bed worden gehaald. Slaperig trekken ze de kleren aan die al klaar liggen. Ze nemen hun knuffels mee en stappen in de auto. ‘Jullie kunnen gerust nog even slapen hoor, want we moeten heel lang rijden,’ zegt mama. Maar Sofie en Ronald willen helemaal niet slapen. Het is veel te leuk om in het donker te rijden op een bijna lege weg. Het eerste uur kijken ze naar buiten, naar de sterren aan de hemel en naar de paar auto’s die ze passeren. Maar na een uur vallen ze toch in slaap. Papa rijdt flink door. Als Sofie wakker wordt ziet het er buiten heel anders uit. Het is licht en veel drukker op de weg. Ze ziet nog veel meer auto’s met een koffer op het dak en de weg is heel breed. Ook gaat de weg steeds omhoog en weer omlaag. ‘Waar zijn we?’  vraagt ze. ‘We zijn in Duitsland en al een heel eind op weg. We hebben lekker door kunnen rijden. We gaan zo even stoppen om wat te eten en de benen te strekken,’ antwoordt mama. Ronald wordt ook wakker en kijkt nog wat suf om zich heen. ‘Wat is het hier mooi!’ is het eerste dat hij zegt. ‘We zijn echt op vakantie!’ Dat gevoel heeft Sofie ook. 

Na een paar keer stoppen en nog uren rijden komen ze in de loop van de middag aan bij de camping in Oostenrijk, waar ze een chalet hebben gehuurd. Ook op de camping ligt flink wat sneeuw en de kinderen kijken hun ogen uit. De bergen zijn prachtig en echt super hoog. Dat hadden ze niet verwacht! Het chalet is klein, maar gezellig en lekker warm. Op de camping is een kleine helling, waar je vanaf kan sleeën of skiën. Dat vinden Ronald en Sofie wel erg leuk. Er is een klein liftje dat je met slee en al naar boven trekt. Ronald en Sofie laten zich meetrekken naar boven. Boven aangekomen is het toch best hoog! Maar als ze heel veel andere kinderen naar beneden zien glijden, springen ze zelf ook in hun sleetjes. De kinderen hebben de grootste pret. Het gaat zo hard, dat hebben ze in Nederland nog nooit meegemaakt. Ze gaan wel twintig keer omhoog en weer naar beneden. 

De volgende dag gaan ze echt skiën. Ronald en Sofie mogen in een skiklas om het skiën te leren. In Nederland hebben ze al wel les gehad, maar dat is toch anders dan op echte sneeuw. Met een gondellift gaan ze naar boven. Vanuit de lift hebben ze een geweldig uitzicht over de bergen en het dal. Het is een hele ervaring en alles is zo mooi wit. ‘Winter wonderland!’ roept Sofie enthousiast. 

De skiklas is heel leuk. Er zijn leuke kinderen en de skileraar maakt veel grapjes. Ronald doet heel erg zijn best. Hij wil het snel goed leren. Sofie is al trots als ze kan glijden en remmen, ze maakt vooral veel plezier met de andere kinderen. Na drie dagen in de ski klas, mogen ze met papa en mama mee naar de grote piste. Sofie vindt het super spannend, maar Ronald ziet het wel zitten. Ze gaan nog hoger de berg op met een kleine lift. Als ze boven komen lijkt het net of ze op het hoogste puntje van de wereld staan. Het is helder weer, de zon schijnt en ze kunnen heel ver kijken over alle bergtoppen heen. Het is prachtig, maar ook heel druk. Sofie wordt zomaar omver geduwd door een grote meneer. Ze valt in de sneeuw en komt bijna niet meer overeind door die rare latten aan haar voeten. Papa helpt haar en neemt haar mee naar een stukje waar het iets minder druk is. Dan moeten ze naar beneden. ‘Het ziet er best eng uit vanaf hier! Het is zo steil.’ Jammert Sofie. Ze durft eigenlijk niet. ‘Dat valt reuze mee, als je van links naar rechts skiet,’ zegt papa. Ronald vindt het geweldig en helemaal niet eng. ‘Mag ik al?’ roept hij. En daar gaan ze. Sofie skiet tussen de benen van papa. Hij stuurt haar van links naar rechts over de berg, totdat ze het gevoel te pakken heeft. ‘Nu kan ik het zelf wel,’ zegt Sofie een beetje overmoedig. Papa laat haar los en Sofie roetsjt naar beneden. Maar ze vindt het toch lastig om de bochten te maken en ineens gaat het helemaal mis. Ze valt en duikelt door de sneeuw. Het doet pijn en er zit sneeuw in haar jas. Dat voelt hartstikke koud. Papa is direct bij haar. ‘Heb je je pijn gedaan?’ vraagt hij. Sofie moet huilen. ‘Ja en er zit allemaal sneeuw in mijn jas en ik vind skiën stom!’ Ze is heel verdrietig en boos. ‘Ik wil naar huis!’ ‘Dan zullen we eerst naar beneden moeten,’ zegt papa. Hij helpt Sofie overeind en neemt haar weer tussen zijn benen. ‘Kom maar, je kan het best hoor. Even doorzetten.’ Omdat er niks anders op zit, skiet Sofie weer verder. ‘Waar zijn mama en Ronald?’ vraagt ze. ‘Ik denk dat die al lang beneden zijn,’ zegt papa. Dat vindt Sofie niet zo leuk. Ineens krijgt ze zin om ook heel hard naar beneden te gaan, ze wil er eerder zijn dan Ronald. ‘Oké, pap, laat me maar los, we gaan heel hard achter Ronald en mama aan, we moeten winnen!’ Papa kijkt verbaasd en denkt, net was ze nog boos en bang en nu wil ze zo hard mogelijk naar beneden! ‘Kijk maar uit Sofie, we doen geen wedstrijdje hoor.’ ‘Nou ik wel!’ roept Sofie terwijl ze dapper haar best doet om snelheid te maken. Ineens heeft ze het juiste gevoel te pakken en skiet ze keurig van links naar rechts over de piste. Ze moet goed uitkijken, want er zijn nog veel meer mensen aan het skiën. Soms komt er iemand keihard voorbij op een snowboard, daar schrikt ze wel van. Dan ziet ze in de verte eindelijk iemand die op Ronald lijkt. Maar Ronald is al bijna bij het restaurant waar ze hebben afgesproken om elkaar weer te zien. Die ga ik nooit meer inhalen, denkt Sofie. Ze zakt nog iets dieper door haar knieën en probeert gewoon rechtdoor naar beneden te glijden. Ze gaat heel erg hard. Zo hard dat papa haar bijna niet kan bijhouden. ‘Kijk nou uit Sofie, je gaat veel te hard!’ roept papa. Maar Sofie hoort hem niet. Ze ziet alleen Ronald en moet en zal hem inhalen. Net als Ronald en mama gestopt zijn om te kijken waar Sofie en papa blijven komt Sofie met volle vaart op hen af geskied. ‘Hier kom ik, kijk uit!’ roept ze. Sofie gaat zo hard dat ze nauwelijks meer kan remmen. Mama probeert haar op te vangen, maar verliest haar evenwicht en valt tegen Ronald aan. Als papa bij hen komt, liggen ze alle drie te lachen in de sneeuw. ‘Die suffe Sofie ook! Hahaha, ze ging echt veel te hard!’ roept Ronald gierend van het lachen. ‘Ik ben niet suf!’ roept Sofie boos. ‘Je bent zeker niet suf, Sofie. Je hebt super goed geskied, ik ben heel trots op je.’ Zegt papa. ‘Gaan we nog een keer naar boven?’ vraagt Sofie, ze heeft nu de smaak te pakken en vindt skiën hartstikke leuk. Met zijn allen gaan ze weer in de lift om nog een keer naar beneden te zoeven. Wat een super vakantie in de sneeuw!

Nicole Martens, februari 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.