Avontuur in het water

Een speciaal verhaaltje voor Benjamin

Al sinds Benjamin voor het eerst op zwemles ging, is hij dol op water en alles wat daarmee te maken heeft. Het liefst zou hij elke dag in het water liggen, maar dat kan helaas niet. Sinds een jaar zit hij op waterpolo, waardoor hij twee keer in de week heerlijk in het zwembad kan sporten. In het begin vond Benjamin het best zwaar, waterpolo. Je kan helemaal niet zo gemakkelijk naar de bal rennen, je moet zwemmen! Ook is een natte bal soms best lastig vast te houden, maar inmiddels is hij er wel aan gewend. Benjamin vindt de wedstrijdjes het leukste, hoewel hij de trainingen ook nooit wil missen. 

Vandaag is het de dag van het waterpolotoernooi waar Benjamin en zijn team aan meedoen. Benjamin vindt het reuze spannend maar ook heel erg leuk. Hij wil natuurlijk heel graag winnen, net zoals alle andere kinderen die deelnemen aan het toernooi. Ze moeten drie wedstrijden spelen. Benjamin is vanmorgen al vroeg met zijn vader naar het zwembad gereden. Zijn moeder is thuis bij zijn broertje en zusje. Benjamin vindt het leuk om even alleen met papa op stap te zijn. In het zwembad is het enorm druk. Er doen best veel teams mee aan het toernooi, dus zijn er veel spelers en hun ouders en soms ook broertjes en zusjes. Benjamins vader helpt hem in de kleedkamer. Dat hoeft eigenlijk helemaal niet, want Benjamin kan het prima zelf, maar hij vindt het fijn als zijn vader bij hem is, zeker nu het zo ontzettend druk is. 

Voor de eerste wedstrijd mogen ze eerst even aan het water wennen en een paar baantjes zwemmen om op te warmen. Al snel gaat het fluitje voor het begin van de wedstrijd. Benjamin doet heel erg zijn best. Hij zwemt om het hardst en probeert telkens de bal te onderscheppen, maar dat lukt niet altijd. Toch lukt het hem, samen met de andere spelers uit zijn team om lekker vaak te scoren. Na vijf minuten is de wedstrijd afgelopen en hebben ze gewonnen met 7 – 3. Benjamin is super blij. Lachend rent hij naar zijn vader die met een handdoek klaarstaat. ‘Goed gedaan jongen!,’ zegt papa. Benjamin glundert. ‘Wanneer moeten we weer spelen?’ vraagt hij. Hij weet inmiddels dat er tussen wedstrijden vaak wachttijd zit. Papa kijkt op zijn horloge. ‘Over twintig minuten zijn jullie weer aan de beurt. Ga maar even zitten en drink wat.’ Papa rijkt hem een flesje water aan. Benjamin heeft dorst en neemt een paar grote slokken. In het zwembad zijn al twee andere teams aan een wedstrijd begonnen. Het is leuk om naar de anderen te kijken. ‘Als we alle drie de wedstrijden winnen, worden we dan eerste?’ vraagt Benjamin aan zijn vader. ‘De kans is dan wel groot, maar het ligt ook een beetje aan het aantal punten dat iedereen scoort,’ antwoordt papa. Benjamin knikt, dat begrijpt hij wel. 

Dan is het tijd voor de tweede wedstrijd. Benjamin laat de handdoek van zich afglijden en gaat naar met zijn team het water in. De tegenpartij lijkt veel grotere spelers te hebben. Die jongens zijn duidelijk ouder dan Benjamin en zijn teamgenoten. Ze zijn in ieder geval groter en lijken sterker. Maar, denkt Benjamin, ik ben vast sneller, dus dit gaan we ook winnen. Het fluitsignaal klinkt en de wedstrijd begint. De tegenstanders zijn een stuk wilder en sterker dan in de eerste wedstrijd. Benjamin schrikt er een beetje van. Een jongen bonkt hard tegen hem aan als hij de bal wil vangen. Hij gaat kopje onder en krijgt een grote slok water binnen. Hoestend en proestend komt hij weer boven. Verontwaardigd kijkt hij om zich heen. Wie deed dat nou? Vraagt hij zich af. Maar hij heeft geen tijd om het uit te zoeken, want de bal plonst voor hem in het water. Snel weet hij hem te pakken te krijgen en zwemt hij er mee weg. Als hij bijna bij het doel is, duikt er een grote jongen van achteren op hem. Weer gaat hij kopje onder en de bal vliegt uit zijn handen. Als hij weer boven komt ziet hij nog net hoe de tegenpartij het zoveelste punt scoort. Benjamin wordt er een beetje verdrietig van. Het is helemaal geen leuke wedstrijd en ze staan ook nog heel erg veel punten achter. Toch is hij vastbesloten om niet op te geven en hij mengt zich weer in het spel. Hij roept en zwemt, vangt nog een keer de bal en doet een hele goede poging om te scoren, maar zijn bal vliegt naast het doel. Dan klinkt het eindsignaal en dat betekent dat ze de wedstrijd verloren hebben met 4 – 11. Bedroefd klimt Benjamin het water uit. 

‘Het was echt geen eerlijke wedstrijd, pap, die jongens deden echt heel ruw,’ zegt hij als hij bij zijn vader komt. Zijn vader slaat de grote handdoek weer om hem heen en troost hem. ‘Het ging er wel heftig aan toe, dat zag ik ook. Maar verliezen hoort er ook bij en je hebt nog een wedstrijd te gaan. Nou niet opgeven hoor!’ zegt papa. Benjamin knikt. Hij moet de teleurstelling even verwerken.

Vader tovert een lekkere koek uit de tas, die Benjamin oppeuzelt terwijl hij nog even terugdenkt aan die stomme wedstrijd. Dan is het tijd voor de laatste wedstrijd. ‘Zet hem op Benjamin, denk aan de eerste wedstrijd die zo goed ging!’ roept zijn vader hem na. 

Vol goede moed springen de jongens nog een keer het water in. Ze proberen om de tweede wedstrijd snel te vergeten en gaan hun best weer doen. Het eerste doelpunt is snel gemaakt. Dat geeft een goed gevoel. Benjamin en zijn teamgenootjes worden weer enthousiast en doen wat ze kunnen om meer punten te scoren. De tegenpartij maakt het hen niet gemakkelijk, maar het is een leuke wedstrijd. In de laatste minuut wordt het nog heel spannend, want de stand is gelijk! Benjamin zwemt en gooit, vangt en duikt en weet net voor het eindsignaal nog een punt te scoren. Ze winnen de wedstrijd met 11-10! Juichend klimmen de jongens het bad uit. ‘Wat was dat spannend he!’ roept Benjamin. De anderen knikken, het was zeker spannend, maar wel super leuk. 

Als alle wedstrijden zijn gespeeld, volgt de prijsuitreiking. Benjamin is reuze benieuwd of ze een prijs gehaald hebben. Ze hebben natuurlijk niet alle wedstrijden gewonnen en hij weet niet hoeveel punten de andere teams hebben gescoord. Op een tafel staan bekers en er liggen medailles. Wat zou hij graag zo’n beker mee naar huis nemen! De bekers zijn voor de 1e en 2e plaats, dat heeft hij al gezien. De anderen krijgen een medaille. 

Eindelijk is het stil in het zwembad en kan de meneer die de uitslag voorleest beginnen. ‘Eerste zijn we toch niet geworden,’ mompelt Benjamin. En daar heeft hij gelijk in. Het team, waar ze zo’n moeilijke wedstrijd tegen hadden is eerste geworden. ‘Ik vind het niet eerlijk, die jongens zijn veel groter dan wij,’ zegt Benjamin. ‘Nou, dat valt wel mee hoor, alle jongens zijn 8 of 9 jaar, dus het kan nooit veel schelen met elkaar,’ zegt zijn vader. ‘Nou dan zijn zij zeker allemaal bijna 10,’ zegt Benjamin boos. Maar dan vertelt de meneer dat de tweede plaats naar het team van Benjamin gaat en Benjamin is meteen zijn boosheid vergeten. Juichend lopen hij en zijn teamgenootjes naar de meneer toe. Ze krijgen allemaal een beker. Blij houdt Benjamin hem de lucht in. Wat is hij trots. 

Als Benjamin en zijn vader weer in de auto zitten, op weg naar huis, is Benjamin ineens heel moe. ‘Ik denk dat ik thuis even lekker op de bank ga liggen, ik ben zo moe!’ zegt hij. Zijn vader glimlacht. ‘Dat is ook niet raar. Je hebt drie wedstrijden gespeeld en heel veel meegemaakt. Logisch dat je moe bent.’ Benjamin knikt, ja, heel veel meegemaakt, maar ook weer heel veel geleerd en vooral veel plezier gehad. Thuis laat hij trots zijn beker aan zijn moeder en broertje en zusje zien. Moeder geeft hem een dikke knuffel en dan ploft Benjamin moe maar voldaan op de bank. 

Nicole Martens, april 2020 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.