Brandweerman Wout

Een speciaal verhaaltje voor Wout

Het was nog heel vroeg in de ochtend toen brandweerman Wout wakker schrok van zijn telefoon. Slaperig nam hij op: ‘Met Wout,’ mompelde hij. ‘Wout, je moet nu komen, er is een grote brand in de boerderij van boer Klaassen, we hebben je hulp nodig,’ hoorde hij Mirellla zeggen. Brandweerman Wout was direct wakker. Brand bij boer Klaassen, hoe is dat nou mogelijk, dacht hij, terwijl hij razendsnel zijn kleren aantrok.

Er was geen tijd te verliezen dus rende hij te trap af, pakte zijn jas van de kapstok en de autosleutels van zijn snelle Porsche van de tafel. Als hij echt haast had, reed hij altijd met zijn Porsche, die ging het allersnelst. Van een afstand knipte hij de auto open, snel stapte hij in en startte de auto. Omdat het nog vroeg was en zelfs nog een beetje donker, was er bijna niemand op de weg. Brandweerman Wout kon goed doorrijden. Hij ging hier en daar wat te hard, maar de politie was nog niet wakker. Daarbij kende iedereen brandweerman Wout, dus als hij zo vreselijk hard reed, dan was er vast iets aan de hand. 

Precies 6 minuten nadat brandweerman Wout was wakker gebeld was hij bij de brandweerkazerne. Mirella was blij dat hij zo snel gekomen was. ‘Iedereen is al naar de boerderij. Alleen de kleine bluswagen staat er nog, neem die maar mee,’ zei Mirella terwijl brandweerman Wout zich pijlsnel in zijn brandweermankleren hees. Toen hij de bluswagen inklom rijkte Mirella hem nog snel een kop koffie aan. ‘Oh, dank je Mirel, dat kan ik wel gebruiken!’ zei Wout met een glimlach. Hij trapte het gaspedaal van de bluswagen in, maar die leek ineens heel langzaam te gaan. Het was even wennen na zijn ritje in de snelle Porsche! 

Brandweerman Wout wist de boerderij van boer Klaassen goed te vinden. Hij kwam er vaak om boer Klaassen op het land te helpen in zijn vrije tijd. Wout hield van de frisse buitenlucht en vond het machtig mooi om op de tractor van boer Klaassen te rijden. Dat ging helemaal niet snel, maar op de tractor zat je zo lekker hoog, waardoor Wout een prachtig uitzicht had. Eigenlijk vond Wout alles dat minstens vier wielen had heel erg leuk. 

Nog voordat brandweerman Wout bij de boerderij was, zag hij al hoge rookpluimen in de lucht. ‘Dat is een best brandje!’ mompelde hij tegen zichzelf. ‘Hopelijk is boer Klaassen ongedeerd.’ Toen hij bij de boerderij aankwam, zag Wout dat het de hooischuur was die in brand stond. Brandweerman Wout wist dat de hooischuur de week ervoor helemaal vol zat en hooi brandt goed. Er stonden al brandweermannen te blussen, maar het vuur laaide nog hoog op. Wout reed de kleine bluswagen zo dichtbij als mogelijk was. Hij stapte snel uit en wilde de slang uitrollen om mee te gaan blussen, toen boer Klaassen kwam aanrennen. ‘Wout, Wout, je moet me helpen!’ riep hij in paniek. ‘Daar ben ik hier voor,’ riep Wout terug.  ‘Mijn tractor, mijn tractor staat achter de hooischuur, ik kan er niet heen, het is er te warm, maar hij moet daar weg, anders vliegt hij ook in brand,’ zei boer Klaassen hijgend. Brandweerman Wout schrok. De tractor was alles voor boer Klaassen. Hij was ook net nieuw. Het zou echt een enorm drama zijn als die ook in brand zou gaan. Niet alleen voor de tractor, maar ook de benzine die in de tractor zat, zou ervoor zorgen dat de brand nog groter zou worden en misschien wel over zou slaan naar het woonhuis van boer Klaassen. 

Brandweer Wout haastte zich naar de hooischuur om de andere brandweermannen te vertellen over de tractor die achter de schuur stond. ‘Ik moet hem daar echt weg rijden, het is veel te gevaarlijk,’ zei Wout. De andere brandweermannen keken hem bedenkelijk aan. ‘Het is daar heel erg heet, het vuur is vlakbij. Het is levensgevaarlijk Wout,’ zei Peter, de commandant. ‘Maar het moet, commandant, als de tractor vlam vat wordt het hier echt gevaarlijk,’ zei Wout. Peter dacht even na en bedacht een plan: ‘We zullen alles vlak naast je nat houden, dan is het ook minder warm. Je moet wel heel snel zijn, want het is ongelooflijk gevaarlijk Wout!’ Wout knikte terwijl hij zorgelijk naar de brand keek. ‘Geef me de sleutels van de tractor, ik ga erheen,’ zei hij dapper. Commandant Peter gaf de brandweermannen de opdracht om vooral richting de achterkant van de hooischuur te spuiten, zodat Wout daar de tractor kon wegrijden. Toen alles geregeld was, rende Wout richting de tractor. 

Het was nog best een stuk lopen en het werd alsmaar warmer. De vlammen kwamen akelig dichtbij brandweerman Wout, maar hij rende stug door. Achter de schuur zag hij de rode tractor staan. Hij leek nog helemaal in orde, maar de vlammen kwamen erg dichtbij. Het leek hem bijna onmogelijk om in de tractor te komen, omdat de deur aan de kant van de vlammen was. Hij wenkte een brandweerman om dichterbij te komen, zodat er goed geblust kon worden terwijl hij in de tractor zou klimmen. Er was geen tijd te verliezen. De brandweerman sjorde de slang dichterbij en probeerde om de hoek te blussen, maar dat ging niet helemaal goed. Brandweerman Wout werd zelf half nat gespoten. Het leek Wout het beste om maar zo snel mogelijk in de tractor te klimmen, dan maar door de vlammen heen! Hij rende op zijn hardst, klom omhoog, rukte het deurtje van de tractor open en liet zich op de stoel vallen. Gelukkig had hij vaker in de tractor gereden, dus wist hij precies wat hij moest doen. Hij startte de motor en trapte het gaspedaal in. Hij reed de tractor ver weg van de hooischuur, zodat hij veilig stond. Hij zag boer Klaassen van blijdschap in zijn handen klappen. Wout was zo blij dat hij de tractor had kunnen redden. Maar nu moest de brand nog geblust worden! 

Hij rende naar de kleine bluswagen en rolde de slang uit. Met een grote boog spoot het water uit zijn slang op de hooischuur. Ze waren nog een uur bezig met blussen en nablussen, maar toen was het vuur helemaal uit. Van de hooischuur was weinig meer over, maar de boerderij en de tractor van boer Klaassen waren gelukkig niet afgebrand. ‘Wat hebben jullie goed werk verricht mannen,’ zei boer Klaassen toen het vuur gedoofd was. Hij had tranen in zijn ogen van verdriet om de hooischuur, maar ook van blijdschap dat zijn huis en zijn tractor er nog waren. ‘Ik kom je snel weer helpen, maar we gaan nu eerst de wagens terug naar de kazerne rijden en ze netjes schoonmaken,’ zei Wout. ‘Ontzettend bedankt allemaal!’ riep boer Klaassen hen na. 

Nicole Martens, april 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.