Jennifer en Tommie

In een gezellig huis woonden Jennifer en Tommie. Jennifer was een lieve rode poes. Ze had witte pootjes en ook het puntje van haar staart was wit, verder was ze vooral rood. Tommie was een grote zwarte hond, een labrador. Jennifer en Tommie konden het heel goed vinden samen. Het waren dikke vriendjes. Ze speelden vaak samen met een balletje of lagen urenlang voor de haard tegen elkaar aan te slapen. Vaak gingen ze ook tegelijk eten en dat zag er heel leuk uit. Die kleine poes naast die grote hond, ieder uit zijn eigen bakje. Jennifer vond het ook leuk om in de tuin te spelen en soms ging Tommie met haar mee. Verder dan de tuin kwam Jennifer niet vaak, want dan miste ze Tommie. 

“Jennifer en Tommie” verder lezen

Op de camping

Kiki en Jaap zijn op vakantie. Voor het eerst zijn ze helemaal naar Spanje gereden. Met de caravan. Het was een lange reis. Onderweg hebben ze veel gezien en papa stopte vaak, zodat ze even uit de auto konden om te spelen. Ook hebben ze een nachtje in Frankrijk op een camping gestaan. Toen sliepen Kiki en Jaap in de caravan bij papa en mama, omdat het maar 1 nachtje was. Het was wel heel krap in de caravan met zijn vieren. In Spanje blijven ze wel twee weken.

“Op de camping” verder lezen

Cake bakken

Josje gaat met mama cake bakken. Een appelcake, want die zijn het allerlekkerst. Josje is net vijf, maar ze kan mama al heel goed helpen. Mama schilt de appel en Josje snijdt hem in kleine stukjes. Dat is leuk om te doen. Ze staat op een opstapje bij het aanrecht en maakt stukjes van de partjes appel die mama haar geeft. De kleine stukjes gaan in een schaaltje. Het schaaltje wordt steeds voller en Josje is reuze trots op haar mooie appelstukjes. 

“Cake bakken” verder lezen

Schoonmaken

Marije was druk in de weer met een vochtig doekje. Ze hielp mama met schoonmaken. Dat vond ze altijd leuk om te doen. Mama had een emmer met warm water gepakt en er wat sop in gedaan. Marije had geroepen: ‘ik wil ook een doekje!’ Met een glimlach had mama twee doekjes in het water gedaan. Mama vond het ook erg gezellig als Marije mee wilde helpen met schoonmaken. Ze had een gezellig muziekje opgezet en nu waren ze druk in de huiskamer om alle kasten en de tafel schoon te maken. Marije mocht de salontafel doen. Omdat het water in de emmer erg warm was, had mama het doekje voor haar uitgeknepen. Ook kon Marije nog niet zo goed doekjes uitknijpen als mama, want ze was pas net 4 geworden. Het doekje mocht natuurlijk niet te nat zijn, want dan zou het een kliederboel worden, zei mama. 

“Schoonmaken” verder lezen

Bang in het donker

Het is midden in de nacht als Yuri wakker wordt. Het is harstikke donker in zijn kamer. Waarom brandt het nachtlampje niet? Denkt hij. Slaperig kijkt hij zijn kamer rond. Wat is dat in die hoek daar? Het lijkt wel een monster! Yuri houdt niet van het donker, hij ziet altijd rare dingen en wordt dan heel erg bang. ‘Mama, mama!!’ roept hij. Maar mama hoort hem niet. Zachtjes begint Yuri te huilen. Hij is zo vreselijk bang en wil eigenlijk onder de dekens weg kruipen, maar dan kan hij dat monster niet in de gaten houden.

“Bang in het donker” verder lezen

Lotje en Saar

In een gezellig huis, met een fijn gezin wonen Lotje en Saar. Het zijn twee Franse buldogjes die er schattig uitzien. Ze zijn ook schattig, maar ook erg eigenwijs. Lotje is het meest eigenwijs, ze gaat graag haar eigen gang. Gelukkig hebben ze een lief baasje dat goed voor hen zorgt en hen goed in de gaten houdt. Vaak maken ze een flinke wandeling en mogen Lotje en Saar heerlijk rondrennen. Ze kunnen goed met elkaar spelen en andere honden vinden ze ook erg leuk. Lotje vindt het heerlijk om in het bos te wandelen. Er is daar zoveel te zien en te ruiken. Saar vindt dat ook wel leuk, maar zij houdt er ook erg van om lekker thuis in haar mandje te liggen, of op de bank bij het baasje. Saar is snel tevreden, zij is dan ook al iets ouder dan Lotje. 

“Lotje en Saar” verder lezen

De zeemeermin en de piraten

Er was eens een zeemeermin. Ze heette Leni en woonde met haar familie in de Grote Oceaan. Leni speelde graag met haar vriendinnetjes. Ze hadden een leuk spelletje bedacht, waarbij ze met zeesterren overgooiden. Eén zeemeermin was dan de Ster, zij moest de zeester proberen te pakken. De meisjes vonden dat een geweldig leuk spel. Jammer genoeg was de zeester het vaak al snel beu. Dan moesten ze weer een andere zeester zoeken. Ook vonden ze het leuk om lekker te kletsen en eindeloos hun mooie lange haren te kammen. Ze hadden het goed in de zee. Het was er warm en licht en er was altijd genoeg te eten.

“De zeemeermin en de piraten” verder lezen

Naar de tandarts

Siem moet naar de tandarts. Het is maar een gewone controle, maar hij vindt het heel eng. Zijn moeder zegt dat het helemaal niet eng is, dat de tandarts alleen maar even gaat kijken naar zijn tanden. Siem wil niet dat er iemand naar zijn tanden kijkt. Hij begrijpt niet waar dat voor nodig is. Het gaat prima met zijn tanden. Ze zijn heel sterk en hij kan er goed mee kauwen. Mama poetst zijn tanden iedere dag, wel twee keer. Omdat hij dat wel leuk vindt, doet hij zijn mond altijd heel wijd open. Mama is dan trots op hem, omdat hij zo goed zijn tanden laat poetsen. Ook mama zegt dat hij hele mooie tanden heeft, dus waarom moet hij dan naar de tandarts?

“Naar de tandarts” verder lezen

Ziek

Naomi lag te slapen op de bank. Haar moeder voelde dat ze heel warm was en hoorde haar zware ademhaling. Moeder maakte zich zorgen. Naomi was al een paar dagen flink ziek. Ze sliep veel, maar de koorts wilde niet echt zakken. Zachtjes aaide ze Naomi over haar warme hoofdje. ‘Word maar snel beter,’ fluisterde ze. Naomi draaide zich om en deed langzaam haar ogen open. ‘Ik ben al beter denk ik mama,’ zei ze zachtjes. Moeder keek haar glimlachend aan. ‘Voel je je beter lieverd?’ vroeg ze hoopvol. Naomi knikte. ‘Ik kan wel eens gaan spelen, in plaats van slapen!’ zei ze stoer en ze sloeg de deken van zich af. Moeder hielp haar haar sloffen aan te doen. Naomi stond op en ging direct weer zitten. Beteuterd keek ze haar moeder aan. ‘Mijn benen lijken wel net zo slap als spaghetti.’ Tranen vulden haar ogen. Moeder sloeg een arm om haar heen. ‘Dat is wel een beetje logisch. Je bent al een paar dagen ziek. Je hebt nauwelijks gegeten en misschien heb je nog wel wat koorts. Je lijfje moet nog sterker worden. Zal ik iets te eten voor je halen?’ Naomi knikte bedroefd. Ze had wel honger. ‘Ik zou wel een beetje fruit lusten,’ zei ze. 

“Ziek” verder lezen