Een zusje

Een speciaal verhaaltje voor Gracie

Gracie krijgt een zusje. Wanneer precies, dat weet ze niet, maar papa en mama hebben haar verteld dat ze een zusje krijgt. Het zusje zit nu nog in mama’s buik. Daar heeft Gracie ooit ook in gezeten. Gracie vindt dat maar een raar idee. Hoe zou zij nou in mama’s buik hebben gepast en hoe is ze daar dan in gekomen? Mama heeft verteld dat haar zusje in haar buik nog heel klein is en steeds groter groeit. Als het groot genoeg is komt ze er vanzelf uit. ‘Komt het dan als ik op school ben?’ vraagt Gracie op een dag. ‘Dat zou best eens kunnen,’ antwoordt mama. ‘Dat zou ik niet leuk vinden hoor, ik wil er ook bij zijn als mijn zusje geboord wordt.’ Zegt Gracie. Mama moet lachen. ‘Als ze geboren wordt, bedoel je.’ Gracie knikt. ‘We moeten het gewoon afwachten, de baby geeft het vanzelf aan als ze eruit wil,’ zegt mama. 

“Een zusje” verder lezen

Millie en Tinus

Tinus en Millie staan met een heleboel andere ganzen bij een water in Siberië. ‘Ik denk dat het tijd is om te gaan,’ zegt Tinus. Millie knikt. Zij had ook al gemerkt dat er minder te eten is en dat het kouder wordt. ‘De winter komt nu snel, we moeten naar het zuiden reizen,’ zegt ze. Ieder jaar, als de herfst begint, vliegen alle ganzen uit Siberië helemaal naar Nederland. In Nederland blijft het gras lang groen en bevriest het water nooit overal. Een prima plaats om te overwinteren. Tinus roept tegen de anderen: ‘We gaan vertrekken. Is iedereen er klaar voor?’ Er klinkt een luid gakken. De ganzen zijn klaar voor de lange reis naar Nederland. De reis is zo’n 3000 kilometer. Daar doen ze ongeveer 5 dagen over. Soms stoppen ze halverwege, om even uit te rusten en wat te eten. Vaak vliegen ze het hele stuk in 1 keer door. 

“Millie en Tinus” verder lezen

Herfst

De blaadjes aan de bomen kleuren oranje, rood en bruin. Het is herfst. Sara staat voor het raam en kijkt naar de mooie kleuren in de straat. Sara vindt de kleuren prachtig, maar dat het ineens zo koud is buiten en het vaak regent, vindt ze niet zo leuk. Vandaag regent het gelukkig niet. De zon schijnt, het lijkt nog een beetje zomer. 

“Herfst” verder lezen

Het Monsterbos

Een speciaal verhaaltje voor Braydon

Met grote snelheid reed Braydon over de weg. Het leek mee of hij gleed! Op zijn hoofd voelde hij de helm stevig zitten. Aan zijn handen had hij mooie zwarte handschoenen. Even keek hij naar de glimmende rode tank tussen zijn benen, om daarna direct weer op de weg te kijken. Wat was dit genieten! Zijn brandweerrode motor voerde hem langs weilanden en beekjes. Vogels vlogen verschrikt op als hij op zijn snelle racer voorbij zoefde. Hij reed en reed maar door, aan de weg leek geen einde te komen. Braydon had een heel fijn gevoel en het leek alsof hij alleen op de wereld was. Hij alleen met zijn motor. Hij zag geen auto op de weg, ook geen andere motoren of fietsers. Het leek echt of hij helemaal alleen was. Dat was toch ook wel een beetje raar. Maar hij dacht er niet lang over na, draaide het gas nog iets verder open en zoefde nog harder over de eindeloze weg met de flauwe bochten die hij heel soepel nam. 

“Het Monsterbos” verder lezen

Jennifer en Tommie

In een gezellig huis woonden Jennifer en Tommie. Jennifer was een lieve rode poes. Ze had witte pootjes en ook het puntje van haar staart was wit, verder was ze vooral rood. Tommie was een grote zwarte hond, een labrador. Jennifer en Tommie konden het heel goed vinden samen. Het waren dikke vriendjes. Ze speelden vaak samen met een balletje of lagen urenlang voor de haard tegen elkaar aan te slapen. Vaak gingen ze ook tegelijk eten en dat zag er heel leuk uit. Die kleine poes naast die grote hond, ieder uit zijn eigen bakje. Jennifer vond het ook leuk om in de tuin te spelen en soms ging Tommie met haar mee. Verder dan de tuin kwam Jennifer niet vaak, want dan miste ze Tommie. 

“Jennifer en Tommie” verder lezen

Cake bakken

Josje gaat met mama cake bakken. Een appelcake, want die zijn het allerlekkerst. Josje is net vijf, maar ze kan mama al heel goed helpen. Mama schilt de appel en Josje snijdt hem in kleine stukjes. Dat is leuk om te doen. Ze staat op een opstapje bij het aanrecht en maakt stukjes van de partjes appel die mama haar geeft. De kleine stukjes gaan in een schaaltje. Het schaaltje wordt steeds voller en Josje is reuze trots op haar mooie appelstukjes. 

“Cake bakken” verder lezen

Naar de tandarts

Siem moet naar de tandarts. Het is maar een gewone controle, maar hij vindt het heel eng. Zijn moeder zegt dat het helemaal niet eng is, dat de tandarts alleen maar even gaat kijken naar zijn tanden. Siem wil niet dat er iemand naar zijn tanden kijkt. Hij begrijpt niet waar dat voor nodig is. Het gaat prima met zijn tanden. Ze zijn heel sterk en hij kan er goed mee kauwen. Mama poetst zijn tanden iedere dag, wel twee keer. Omdat hij dat wel leuk vindt, doet hij zijn mond altijd heel wijd open. Mama is dan trots op hem, omdat hij zo goed zijn tanden laat poetsen. Ook mama zegt dat hij hele mooie tanden heeft, dus waarom moet hij dan naar de tandarts?

“Naar de tandarts” verder lezen