De zeemeermin en de piraten

Er was eens een zeemeermin. Ze heette Leni en woonde met haar familie in de Grote Oceaan. Leni speelde graag met haar vriendinnetjes. Ze hadden een leuk spelletje bedacht, waarbij ze met zeesterren overgooiden. Eén zeemeermin was dan de Ster, zij moest de zeester proberen te pakken. De meisjes vonden dat een geweldig leuk spel. Jammer genoeg was de zeester het vaak al snel beu. Dan moesten ze weer een andere zeester zoeken. Ook vonden ze het leuk om lekker te kletsen en eindeloos hun mooie lange haren te kammen. Ze hadden het goed in de zee. Het was er warm en licht en er was altijd genoeg te eten.

Zo was er heerlijk fruit en waren er ook hele lekkere groenten. Het enige waar de zeemeerminnen voor moesten uitkijken waren de piraten. Zo nu en dan kwam er een piratenschip voorbij. De piraten waren er niet alleen op uit om andere schepen te beroven, ook wilden ze graag een zeemeermin vangen. Als je door de piraten gevangen werd, kwam je nooit meer terug, zeiden de oudere zeemeerminnen vaak. Leni was dan ook een best bang voor de piraten. Als ze een schip in de verte hoorden aankomen, zwommen ze snel naar hun veilige huis, diep onder het water. Daar konden de piraten hen nooit zien of vangen. 

Toen ze op een dag wat verder van huis het spelletje met de zeester weer speelden, was er ineens een donkere schaduw boven hen. Leni schrok heel erg, want ze had geen boot aan horen komen. Ze waarschuwde de andere zeemeerminnen, maar het was al te laat. Een groot schepnet tilde Leni en twee van haar vriendinnen boven het water uit. De meisjes gilden en grepen elkaar vast. Wat een vreselijk gevoel was het om zo uit het water getild te worden. 

Op het schip stonden heel veel piraten. Ze keken allemaal wat er in het schepnet zat. De grootste piraat riep luid: ‘Ik ben piraat Kellen, de koning van de Grote Oceaan, ik heb eindelijk zeemeerminnen gevangen!’ De andere piraten juichten luid. Leni en haar vriendinnetjes bibberden in het schepnet. Ze werden verder omhoog gehesen, zodat ze de woeste piraten nog beter zagen. Van dichterbij zagen ze er eigenlijk helemaal niet zo eng uit. Niet zo eng als Leni zich altijd had voorgesteld. Ze keek nog eens goed en wat ze zag was een paar hongerige mannen met versleten kleding, die erg moe waren. 

De zeemeerminnen werden aan boord gehesen. Nog voordat ze op het dek lagen schreeuwden de piraten: ’Wij hebben honger, wij hebben honger!’ De vriendinnetjes van Leni keken angstig, maar Leni had een plannetje bedacht. Piraat Kellen brulde luid: ‘Stilte!’ en alle mannen waren stil. ‘We hebben een mooie vangst mannen! Wel drie zeemeerminnen! Die zullen we ons goed laten smaken!’ riep piraat Kellen. De piraten schreeuwden: ‘Leve piraat Kellen!’ De zeemeerminnen begonnen zachtjes te huilen, maar Leni niet. Ze zei: ‘Piraat Kellen, mag ik u een tip geven?’ Piraat Kellen keek verbaasd. Hij had niet verwacht dat de zeemeerminnen konden praten. ‘Wat wil je me zeggen?’ bulderde hij. ‘Jullie hebben honger, maar wij zijn helemaal niet lekker! Ik kan wel zorgen voor lekker en gezond eten, zoveel, dat jullie voorlopig geen honger meer zullen hebben.’ Piraat Kellen keek Leni aan en zei: ‘Zo, en wat moet ik me daar dan bij voorstellen? Waar ga jij dat eten dan vandaan halen? Ik geloof er helemaal niks van, we eten jullie lekker op!’ Leni keek even angstig. Ze had gehoopt dat piraat Kellen direct blij was met haar plan. Toen zei ze: ‘Mijn vriendinnetjes blijven hier en ik ga heel veel eten voor jullie halen en als jullie het eten hebben, dan mogen mijn vriendinnetjes weer de zee in. Ik beloof dat ik voor zonsondergang weer terug ben.’ Piraat Kellen keek naar de zon. Het duurde niet heel lang meer voordat hij onder zou gaan. Hij kon de gok wagen, er waren dan in ieder geval nog twee zeemeerminnen over. Misschien had dat kleine zeemeerminnetje wel een heel goed plan. Hij dacht nog eens diep na en zei toen: ‘Oké, ik laat jou gaan. Maar als je niet voor zonsondergang terug bent met lekker eten, dan eten we je vriendinnetjes op!’ 

Leni sprong over boord en zwom pijlsnel naar haar familie. Omdat ze al een hele poos weg was, was iedereen naar haar op zoek. Ze vertelde snel het hele verhaal en iedereen hielp mee om de groenten en het fruit, waar ze toch voldoende van hadden, want het groeide snel op de zeebodem, naar de boot te brengen. 

Leni zwom met groente en fruit naar het piratenschip en laadde alles in het grote schepnet. Toen de piraten alle vruchten en groenten zagen riepen ze: ‘Boeh, bah!’ En piraat Kellen brulde: ‘Is dit nou wat jij lekker eten noemt? Je bent niet goed wijs! Dit ziet er veel te gezond uit!’ Leni keek verbaasd. ‘Maar je moet het eerst proeven piraat Kellen. Het is echt heerlijk! Geloof me nou. Ik heb nog veel meer.’ Piraat Kellen keek bedenkelijk, maar nam toen een hap uit iets wat op een watermeloen leek. Zijn gezicht werd ineens vrolijk. ‘Dit is echt heerlijk mannen!’ De piraten keken hem aan met een gezicht alsof ze dachten dat Kellen gek geworden was. Maar toch nam de één na de ander een hap, ze hadden immers vreselijke honger. Alle piraten waren blij verrast. ‘Zo iets lekkers heb ik nog nooit gegeten!’ riep een hele magere piraat vrolijk en hij hapte in een volgend stuk fruit. 

De vriendinnetjes werden vrij gelaten en Leni zorgde samen met hen dat de piraten voldoende fruit en groente hadden voor wel drie weken. Piraat Kellen was heel blij en vroeg aan Leni of hij nog eens terug mocht komen. ‘Als je me maar niet meer zo naar uit het water schept!’ zei Leni. Kellen beloofde om dat nooit meer te doen. 

En zo werden de piraten van piraat Kellen en de zeemeerminnen dikke vrienden. 

Nicole Martens, augustus 2017

Eén antwoord op “De zeemeermin en de piraten”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.