Dierenliefde

Een speciaal verhaaltje voor Jabrail

De kleine Jabrail was dol op dieren, liever nog dan met vriendjes of met zijn zus spelen, speelde hij met dieren. De hond van de buren, de poes van de overburen of de papegaai bij een vriendje thuis, hij vond ze allemaal even geweldig. Jabrail was voor geen enkel dier bang. Ook niet voor spinnen, mieren of kevertjes. Een bezoekje aan de dierenwinkel was voor Jabrail een groot feest. Hij vond het heerlijk om uren naar de hamsters en konijntjes te kijken, als die er waren. Maar hij kon ook heel lang naar alle vissen in de verschillende aquariums kijken. Hij hield van de prachtige kleuren die de vissen hadden en hoe ze pijlsnel door het water schoten. Soms waren ze gewoon niet bij te houden met je ogen. 

Jabrail zocht elke dag wel ergens een dier op om te aaien of even met te knuffelen. Het leek soms eigenlijk wel of de dieren hem opzochten. Als hij meeging om zijn grote zus uit school te halen, zag hij altijd wel een poes op straat of kwam er iemand langs met een hond die hij mocht aaien. Ook voor de grootste honden was hij niet bang. Als het heel vies weer was, zodat hij niet naar buiten kon, keek Jabrail in boekjes waar dieren in stonden, of hij speelde met zijn speelgoeddieren. Hij had een grote verzameling diertjes, van giraffen tot schapen en van zebra’s tot pinguïns. Hij had zelfs een echte mannetjes leeuw met van die mooie manen. Daar was hij heel trots op. 

Het leek zijn ouders een goed idee om met Jabrail naar de dierentuin te gaan. Ze hadden tegen Jabrail niet gezegd waar ze naar toe zouden gaan en ook zijn zus mocht niks vertellen. Het moest een verrassing zijn. Jabrail had eigenlijk helemaal geen zin om heel lang in de auto te zitten als hij niet wist waar ze heen gingen, maar toen hij een paar dierenboekjes mee mocht nemen in de auto, stapte hij toch in. Het was een klein uurtje rijden. Ze kwamen op een hele grote parkeerplaats. Jabrail had geen idee waar ze waren. Ze moesten een heel stuk lopen naar de ingang van de dierentuin, maar toen ze daar eenmaal waren, had Jabrail heel goed door waar ze waren. Hij was ontzettend blij en kon niet wachten om naar binnen te gaan. Het duurde hem veel te lang, dat wachten bij de kassa en voordat zijn ouders het in de gaten hadden, was hij langs alle mensen in de rij naar binnen geslopen. Dat was het voordeel van nog klein zijn! Te laat kwam zijn moeder erachter dat Jabrail zoek was. Ze had net de kaartjes gekocht en wilde doorlopen toen ze Jabrail ineens miste. ‘Oh, jee, waar is die kleine jongen nou?’ ook zijn zusje wist het niet. ‘Hij zal vast het dierenpark al in gegaan zijn, we vinden hem zo wel,’ zei zijn vader. Ze vroegen aan iedereen of ze een klein jongetje hadden gezien. Maar niemand wist iets te vertellen. ‘Laten wij in ieder geval goed bij elkaar blijven,’ zei moeder. Met zijn drieën liepen ze rond, zoekend naar Jabrail. Vader en moeder werden steeds meer ongerust. 

Jabrail was de dierentuin in gewandeld en kon bijna niet geloven wat hij allemaal zag. Enorme gorilla’s zaten veilig aan de andere kant van het water. Wat waren ze groot! Hij zag giraffen en zebra’s. Hij vond het prachtig. Hij was zo onder de indruk van alle dieren, dat hij niet eens doorhad dat hij zijn ouders en zus miste. Er was ook zoveel te zien! Hij zag ook veel dieren waarvan hij de naam niet eens kende. Jammer genoeg kon hij nog niet lezen, dus had hij soms geen idee waar hij naar keek, maar dat maakte hem eigenlijk niet heel veel uit. Hij genoot! Het leek hem ook wel leuk om een dier te aaien. Dat leek niet echt te kunnen in de dierentuin. Jabrail ging op zoek naar dieren waar hij dichtbij kon komen. Na een hele poos wandelen kwam hij bij een soort grasveld met bomen en struiken en wat rotsen en een laag hekje er omheen. Hij zag geen dieren. Misschien kun je hier picknicken? Dacht hij. Hij stapte over het lage hekje heen en wandelde wat over het gras. Er liep verder niemand anders, maar dat viel hem niet op. Ineens zag hij achter een struik iets bewegen. ‘Zouden hier dan toch dieren wonen?’ vroeg hij zichzelf hardop af. Langzaam liep hij naar de struik. Erachter zag hij een diertje dat veel op een aapje leek met een hele lange staart. De staart was grappig, want die was helemaal zwart-wit gestreept. Jabrail ging op zijn hurken zitten en probeerde voorzichtig dichter bij het diertje te komen. Het diertje bleef rustig zitten en er kwamen zelfs nog meer van diezelfde diertjes aan gehuppeld. Jabrail had het helemaal naar zijn zin en was totaal niet bang. Het lukte hem om het eerste aapje dat hij gezien had voorzichtig met een vinger te aaien. ‘Oh, wat ben je zacht!’ zei hij zachtjes, zodat het diertje niet schrok. Jabrail ging helemaal op in waar hij mee bezig was, dat hij niet hoorde dat de mensen langs het perk paniekerige geluiden maakten. Een grote dikke mevrouw had Jabrail tussen de Ringstaartmaki’s zien zitten en was zo geschrokken dat ze een luide gil had gegeven. Toen zagen meer mensen hoe het jongetje de maki’s aaide en dat vonden ze toch maar eng. Niemand wist of die Ringstaartmaki’s wel aardig waren en of ze niet zouden bijten. Ook de ouders van Jabrail waren op het tumult afgekomen. Tot haar grote schrik zag de moeder van Jabrail haar zoontje tussen de wilde dieren zitten. Ze wilde er naar toe rennen om hem er weg te halen, maar gelukkig hield Jabrails vader haar tegen. ‘Wacht even totdat er een verzorger komt. Je maakt de dieren misschien bang. Kijk, er gebeurt helemaal niks met Jabrail.’ Moeder keek nog eens en zag hoe lief Jabrail met de diertjes omging. Gelukkig kwamen er toen net een paar verzorgers aangelopen. ‘Mijn zoontje zit daar! Is dat niet gevaarlijk?’ vroeg Jabrails moeder aan de verzorgers. ‘Er zal hem niks gebeuren, mevrouw, maar we gaan hem wel weghalen daar. Hoe heet uw zoontje?’ ‘Hij heet Jabrail,’ zei zijn moeder, een beetje opgelucht. De verzorgers riepen Jabrail. Hij leek hen eerst niet te horen, maar na een paar keer roepen keek hij toch om en zag hij allemaal mensen staan, netjes achter het hekje. Waarom kwamen ze niet dichterbij? Vroeg hij zich af. Omdat ze hem bleven roepen, liep hij voorzichtig naar de mensen toe. Hij wilde eigenlijk helemaal niet weg bij die lieve aapjes. Ineens zag hij zijn ouders staan en rende op hen af. De Ringstaartmaki’s schoten weg, geschrokken van zijn snelle bewegingen. Moeder sloot hem in zijn armen. ‘Oh, wat ben ik blij dat we je gevonden hebben. Maar je mag helemaal niet bij de dieren komen lieverd. Dat kan heel gevaarlijk zijn!’ Jabrail begreep er niks van. De diertjes net waren hartstikke lief en deden helemaal niks. 

De verzorgers legden aan Jabrail uit waarom hij niet bij de dieren in het verblijf mocht komen. ‘Dat zijn ze niet gewend en als alle kinderen naar ze toe zouden gaan, wordt het veel te druk, dat vinden ze niet fijn.’ Dat begreep Jabrail wel, maar hij was toch blij dat hij ze had kunnen aaien. 

De rest van de dag zorgde moeder ervoor dat ze Jabrail geen moment uit het oog verloor. Ze genoten met zijn allen van het kijken naar al die verschillende dieren in de dierentuin. Het was een dag om nooit meer te vergeten. 

Nicole Martens, maart 2020 

3 antwoorden op “Dierenliefde”

  1. Wat een super leuke verhaal! De kinderen vonden het heel leuk, Jabrail kon niet geloven dat het verhaal over hem ging. Heel erg bedankt! Groetjes Samira, Sibel en Jabrail.

  2. Super leuk verhaal!
    Mijn nichtjes vonden het een leuk verhaal en ze spraken daarna hele tijd over verschillende dieren die ze zelf hadden gezien in dierenpark Artis!
    Groetjes Nima

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.