Een gevaarlijke dinosaurus

Een speciaal verhaaltje voor Efe

Heel, heel lang geleden, toen er nog grote dinosaurussen leefden, gebeurde er op een dag iets heel bijzonders. Efe was buiten, zoals bijna altijd. Hij woonde in het bos tussen de dieren, hij was niet anders gewend. Hij woonde in een klein dorpje van houten hutjes, waar ook de dieren tussen de mensen woonden. Er waren konijntjes, soms een vosje, poezen en honden, maar ook veel muisjes en heel veel insecten. Er was een klein watertje, een soort ven, waar watervogels leefden en vissen zwommen. Efe leerde veel van de dieren, hij begreep hen en hielp hen als ze in nood waren. 

Aan de rand van het bos waren de bergen. Ze waren niet heel hoog, maar wel zo hoog dat je er niet graag omhoog klom. Om op de hoogste berg te komen moest je wel een hele dag klimmen. Je had dan wel een heel mooi uitzicht, was Efe verteld, maar verder was er niet veel te beleven. Omdat Efe pas 5 jaar oud was, mocht hij nog niet de bergen in. Het was er ook wel gevaarlijk, sommige paden waren heel glad en dan kon je gemakkelijk uitglijden en naar beneden vallen. Efe droomde er wel van om eens de bergen in te gaan, want daar woonden ook de berggeiten, die hij graag eens van dichtbij zou willen zien. Achter de bergen woonden de dinosaurussen, zeiden de mensen in het dorp. Ook die zou hij wel eens willen zien. De meesten waren echter wel gevaarlijk, dus ook dat was een reden om niet te ver te bergen in te gaan. 

Terwijl Efe door het bos liep hoorde hij ineens een zwaar bonkend geluid. Hij schrok, het leek zelfs of de aarde trilde. Het geluid klonk ver weg. Hij vroeg zich af wat het kon zijn. Het was een tijdje stil voordat er weer een zware bonk klonk. Deze keer leek het dichterbij. Het leek Efe beter om terug naar zijn hutje te gaan, naar zijn ouders. Terwijl hij het op een rennen zette, klonken er meer zware bonken, die steeds dichterbij leken te komen. Efe werd bang. Hij rende nog harder. Hij zag de dieren in het bos alle kanten op schieten en zich verbergen onder struiken, in bomen en in holletjes onder de grond. Doordat de dieren zich verstopten, begreep Efe dat er iets gevaarlijks te gebeuren stond. Hij was dus niet voor niks bang! 

Hijgend bereikte hij zijn hut. ‘Oh, gelukkig daar ben je!’ riep zijn moeder angstig. ‘Wat is er aan de hand, wat is dat geluid?’ vroeg Efe. ‘We weten het niet lieverd, kom maar gauw binnen, dan zijn we veilig,’ zei moeder terwijl ze de deur van het hutje achter hem dicht deed. Het bonken was even opgehouden, maar toen het weer begon klonk het nog harder en nog dichterbij. ‘Het komt van de bergen,’ zei zijn vader. Efe knikte, dat idee had hij ook. Hij wilde eigenlijk wel graag gaan kijken wat er nou zo’n hard geluid maakte, maar hij durfde niet goed. Moeder had alle luiken van het huis gesloten, dus kon hij nergens naar buiten kijken. 

Door een gaatje in de muur van het hutje waren een paar muisjes het hutje in gekomen. Ze trilden van angst. Efe vond ze zielig en nam ze op schoot. Daar bleven ze met zijn vieren tegen elkaar aangedrukt zitten. Hij aaide met een vinger de kleine kopjes van de muisjes. Ze leken daardoor wat minder te trillen. ‘Stil maar muisjes, het komt wel goed,’ fluisterde hij. Zijn moeder keek hem liefdevol aan. Wat was Efe toch lief voor alle dieren, dacht ze. Ze was trots op haar jonge zoon. 

Iedereen veerde op toen van een enorme harde bonk het huisje trilde. ‘Ik vind het eng!’ riep Efe verschrikt. Hij kon helemaal niks zien, maar had het gevoel dat er iets heel groots vlak naast hun hutje was neergekomen. Moeder vond het ook eng. Ze ging dicht naast Efe zitten en pakte hem vast, alsof ze hem wilde beschermen tegen wat er dan ook zou komen. Vader liep naar de deur en opende deze op een kiertje, zodat hij kon kijken wat er aan de hand was buiten. Door de kier zag hij een enorme poot, hij schrok zo erg, dat hij de deur met een klap sloot en bibberend achteruit deinsde. ‘H, he, het is een eh, een dino, dinosaurus. Hier, voor onze deur,’ stamelde hij. Efe en zijn moeder schrokken ook. ‘Wat moeten we doen?’ fluisterde Efe. Ook zijn ouders hadden geen idee wat te doen met de enorme dinosaurus voor de deur. Er gebeurde een hele poos niks. Het was akelig stil, ook de dieren in het bos maakten geen geluid. Je hoorde geen vogel tjilpen, geen vos sluipen of een eend kwaken. Er kwam ook niemand uit zijn hutje, iedereen was blijkbaar bang voor de grote dinosaurus, die je kon horen ademen. Dat was een angstaanjagend geluid. De dino had een hele zware ademhaling. ‘Komt er vuur uit zijn neus?’ wilde Efe weten. ‘Dat denk ik niet, het is geen draak!’ zei zijn vader een beetje geïrriteerd. ‘Oh nou, als er geen vuur is, dan ga ik maar eens kijken,’ zei Efe dapper. Zijn ouders wilden hem tegenhouden, maar Efe was hen te snel af en had de deur al open gedaan. Hij stond oog in oog met de grote dino, die zijn kop naar beneden had gebogen om te kijken waar het geluid dat hij hoorde vandaan kwam. Efe schrok zich een hoedje van de enorme kop die voor hem hing. De ogen van de dino waren bijna net zo groot als hij zelf was. Maar ze keken niet boos of kwaadaardig. Efe zag meteen dat de dino verdrietig was, hij had medelijden met het enorme dier. Maar wat kon hij doen? ‘Kan ik je helpen?’ vroeg hij dapper. De dino slaakte een enorme zucht, waardoor Efe een meter naar achter werd geblazen. Zijn vader en moeder trokken Efe weer terug naar binnen. ‘Blijf hier, jongen, dit is heel gevaarlijk!’ zei zijn vader een beetje bozig. Efe keek hem aan. ‘Het is niet gevaarlijk, die dino is verdrietig, ik wil hem helpen!’ Vader keek naar moeder, moeder keek naar vader, toen keken ze samen naar Efe. Efe was heel goed met dieren, zijn moeder had het net nog gezien met de muisjes, die op zijn schoot tot rust kwamen. Maar een dinosaurus was geen muisje! Het dier was ongelooflijk groot. Ze twijfelden. Een jongetje van vijf jaar, dat een enorme dinosaurus helpt, dat klonk wel heel apart. Maar tijd om te denken kregen ze niet van Efe, hij rukte zich los en liep naar de dino toe. ‘Je moet niet zo hard ademen, dan waai ik weg. Ben je je mama misschien kwijt?’ vroeg Efe aan de dino. Hij praatte hard, zodat de dinosaurus hem goed zou kunnen horen. De dino knikte met zijn enorme hoofd. ‘Dan gaan we haar zoeken,’ zei Efe vastberaden. ‘Kom maar mee,’ en hij wenkte de dino dat die hem moest volgen. ‘Ik ga met je mee!’ riep vader. Dat was het minste wat hij kon doen om op zijn kleine dappere zoon te kunnen letten. ‘We brengen hem naar de bergen, dan vindt hij daarna vanzelf zijn moeder,’ zei Efe vastberaden. Efe begon te rennen. Als de dino 1 stap zette, haalde hij Efe al in, dus moest hij hard rennen om de dino voor te blijven. De gevaarlijk uitziende dino deed heel voorzichtig en lette goed op waar hij zijn enorme poten zette, zodat hij Efe en zijn vader niet zou vertrappen. 

Vanuit verschillende hutjes gingen luiken en deuren op kleine spleetjes open. De mensen zagen Efe voor de dino uit rennen. Ze vonden Efe ongelooflijk dapper omdat hij de dinosaurus uit het dorpje lokte. De moeder van Efe keek haar man en zoon angstig na. ‘Oh, als het maar goed gaat!’ riep ze. 

En het ging goed. Efe rende en rende, totdat hij aan de voet van het gebergte was gekomen. Hij gebaarde naar de dino dat hij over de bergen moest lopen. ‘Klim over de bergen en dan vind je je moeder weer!’ riep hij. De dinosaurus leek hem te begrijpen, of hij herkende de bergen. Met grote passen beende hij omhoog. ‘Dat gaat veel sneller dan wanneer wij klimmen!’ zei Efe met een glimlach. Zijn vader moest ook lachen. Hij was ongelooflijk trots op zijn zoon. Samen zagen ze de dino achter de bergen verdwijnen. Kort daarna hoorden ze een bijzonder geluid, heel hard, bijna oorverdovend. ‘Ik denk dat ze elkaar gevonden hebben!’ riep Efe blij. ‘Ik denk het ook jongen, kom, we gaan gauw naar huis, dan weet mama dat we veilig zijn.’ 

Rustig liepen ze terug het bos in. Efe was moe van het rennen op de heenweg, hij deed het nu rustig aan. Toen ze bij het dorpje kwamen begon iedereen te juichen. Moeder viel hen in de armen en Efe was de grote held. ‘Wat ongelooflijk dapper Efe, we zijn allemaal heel erg trots op je!’ Efe glunderde. Hij vond zichzelf helemaal niet zo’n held. Hij had gewoon een dier geholpen, zoals hij wel vaker deed. ‘Dinosaurussen zijn helemaal niet zo gevaarlijk als we allemaal dachten hoor, dus zo’n held ben ik nou ook weer niet!’ zei hij bescheiden. 

Nicole Martens, mei 2020

Eén antwoord op “Een gevaarlijke dinosaurus”

  1. Erg leuk en spannend verhaal met mooie afloop en aansprekende moraal: niet bang zijn en dieren helpen. Top!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.