Een kattenverrassing

Een speciaal verhaaltje voor Annico

De schooldag was bijna afgelopen en Annico kon niet wachten om naar huis te gaan. Sinds een paar dagen had ze een poes. Ze had hem Zoë genoemd. Annico had een hele tijd gezeurd om een poes, ze was dol op poezen en katers en wilde er heel graag een zelf hebben. Het liefst had ze een kitten gehad, maar haar ouders vonden dat het beter was om een poes uit het asiel op te halen. Daar zaten genoeg poezen en katers en Annico’s moeder vond het een fijn idee als ze een van hen een goed thuis zouden kunnen geven.

Annico had Zoë zelf uitgezocht. Zoë was een prachtige poes, grijs met wit en een schattig kopje. Ze was in het asiel heel rustig geweest, maar Annico vond dat ze ondeugende oogjes had en dat sprak haar erg aan. Annico was zelf ook wel eens ondeugend en hield er heel erg van om plezier te maken. Ze had het gevoel dat Zoë ook wel van plezier maken hield. Thuis gekomen was Zoë eerst nog wat rustig en stilletjes geweest. Maar na een paar uurtjes begon ze haar nieuwe huis al te verkennen. Ze snuffelde overal, kroop achter de bank en hing in de gordijnen. Dat mocht natuurlijk niet, dus Annico’s moeder had direct ingegrepen en Zoë uit de gordijnen gehaald. 

Annico vond het nu wel verveldend dat ze weer naar school moest, hoe leuk dat ook vaak was, want dan kon ze niet met Zoë spelen. Gelukkig ging de dag op school snel en rende ze naar huis. Nog voordat ze de voordeur achter zich dicht had gedaan riep ze: ‘Zoë, Zoë, waar ben je?’ Ze hoopte dat Zoë direct naar haar toe zou komen, maar dat gebeurde niet, dus ging ze zelf op zoek naar haar lieve poes. Ze keek overal in de huiskamer, onder de bank en onder te tafel, op de vensterbank en achter de gordijnen, maar ze vond Zoë nergens. Ook in de keuken was geen poes te bekennen. ‘Mam, waar is Zoë?’ riep ze. ‘Ik kan haar niet vinden!’ Haar moeder kwam naar beneden gelopen. ‘Ik weet niet waar ze is, ligt ze niet gewoon in haar mandje? Ik was boven op mijn werkkamer, geen idee waar Zoë heen is gegaan.’ Annico werd een beetje boos op haar moeder. Hoe kon ze die poes nou niet in de gaten houden? ‘Je moet toch op haar letten!’ riep ze verontwaardigd. ‘Nou, Zoë kan zich prima vermaken hoor en ik moet gewoon werken. Ze kan niet naar buiten dus zal ze gewoon ergens in huis zijn. Geen paniek!’ Annico stampte naar boven. Ze wilde zo graag met Zoë spelen en nu kon ze die rare poes niet vinden. Lekker dan! Ze duwde de deur van haar kamer open, die stond op een kier en dat had Zoë blijkbaar ook ontdekt, want midden op haar bed lag haar lieve poes zachtjes te slapen. ‘Oh, ben je hier, kleine boef!’ riep Annico. ‘Je mag toch helemaal niet op mijn kamer komen!’ Annico was blij dat ze Zoë had gevonden en gaf de slapende poes een dikke knuffel, die daardoor natuurlijk wakker werd en meteen wilde spelen. 

Annico en Zoë speelden elke middag samen. Annico leerde Zoë zelfs kunstjes, dat was zo leuk om te zien. ‘Ze wordt wel een beetje dik van al die snoepjes die je haar geeft,’ zei haar moeder op een dag. Annico bekeek Zoë eens goed. Ze leek inderdaad wel dikker dan toen ze bij hen kwam wonen. ‘Je hebt gelijk mam, maar zoveel snoepjes geef ik haar echt niet.’ ‘Toch nog maar iets minder geven hoor, het is niet gezond als ze zo dik is.’ Annico knikte. Kunstjes oefenen was leuk, maar een dikke poes was natuurlijk niet gezond. Ze lette er heel goed op dat Zoë niet te veel snoepjes kreeg, maar toch werd Zoë alsmaar dikker. Annico begreep er niks van. Ze kreeg niet meer kattenvoer dan anders en ook gaf ze Zoë bijna geen snoepjes meer. ‘Zou ze stiekem in de keuken eten pakken als wij slapen?’ vroeg Annico haar moeder op een dag. ‘Nou, dat zou ik dan toch ’s morgens wel moeten zien,’ antwoordde haar moeder. Annico knikte. Een poes die in de keuken zoekt naar eten laat altijd sporen na, dus dat zou moeten opvallen. ‘Misschien is ze wel ziek? Heeft ze iets in haar buik wat niet goed is,’ zei Annico. Moeder keek bedenkelijk. ‘Ik hoop van niet, maar misschien moeten we toch maar even langs de dierenarts met haar. Ze wordt echt heel dik nu.’ ‘Ze is ook zo sloom de laatste tijd. Ze speelt helemaal niet meer zoveel. Oh, ik hoop niet dat ze iets ernstigs heeft hoor.’ Annico had een trillend lipje. Ze moest er niet aan denken dat haar lieve Zoë ziek zou zijn en misschien wel dood zou gaan! Moeder sloeg een arm om haar heen. ‘Kom op, niet meteen het ergste denken meisje. Ik bel de dierenarts, dan weten we snel genoeg wat er aan de hand is.’ Moeder belde de dierenarts en ze konden dezelfde middag nog langskomen. 

Zoë wilde niet in haar reismandje. Ze voelde waarschijnlijk dat er iets aan de hand was. Zelfs met een snoepje was ze niet in het mandje te lokken en Annico werd wanhopig. ‘Kom Zoë je moet echt even mee. We moeten weten wat er met je aan de hand is. Ga nou even in je reismand!’ Maar Zoë had er echt geen zin in. Moeder dacht na. ‘Weet je wat, ik zet de reismand in de auto. Dan draag jij Zoë naar de auto en als je dan op de achterbank zit, dan kan je haar zo in het reismandje doen, denk ik.’  Annico knikte. Dat leek haar een goed plan. Moeder pakte te reismand en liep de kamer uit. Zoë leek opgelucht dat het reismandje weg was en liet zich gemakkelijk oppakken door Annico. Ze knuffelde Zoë en sprak zachtjes tegen haar. Ze vond het wel een beetje eng om zo met de poes naar buiten te lopen, want Zoë kwam nooit buiten. Wat als ze uit haar armen zou springen? Zou ze dan nog terugkomen? Annico moest er niet aan denken. Met Zoë stevig in haar armen liep ze de deur uit. Mama’s auto stond op de oprit, ze had de deur al open gedaan. Snel ging Annico in de auto zitten. Zoë was zo verrast dat ze geen kans kreeg om uit Annico’s armen te ontsnappen en Annico stopte haar in de reismand. Snel deed ze het deurtje dicht. Mama startte de auto en toen begon Zoë luid te miauwen. Annico vond het zielig voor Zoë, maar het kon nu eenmaal niet anders. 

Het was maar een klein eindje naar de dierenarts. Toen de auto stopte, hield Zoë op met miauwen. Annico praatte zachtjes tegen haar terwijl ze in de wachtkamer zaten te wachten tot ze aan de beurt waren. Het leek allemaal erg lang te duren. ‘Dat is altijd zo als je moet wachten,’ zei haar moeder. Eindelijk mochten ze de spreekkamer binnen. ‘Wat is er aan de hand met Zoë?’ vroeg de dierenarts. ‘Ze blijft maar dikker worden, terwijl we helemaal niet veel eten geven en snoepjes krijgt ze ook al niet meer,’ zei Annico. De dierenarts maakte het deurtje van de reismand open. Zoë kwam er niet uit! ‘Nou ja, eerst wilde ze er niet in, en nu komt ze er niet meer uit!’ riep Annico verbaasd. De dierenarts glimlachte. ‘Dat zie ik wel vaker hoor. Poezen zijn soms rare beesten.’ Gelukkig wist de dierenarts een handige manier om Zoë wel uit haar reismandje te krijgen. Ze had blijkbaar de lekkerste snoepjes die er maar bestaan voor katten, want Zoë snuffelde heel even en kwam toen snel uit de mand. De dierenarts keek naar Zoë en zei bijna meteen: ‘Ik zie het al!’ Annico en haar moeder keken verbaasd. Hoe kon de dierenarts zo snel zien wat er aan de hand was met Zoë. ‘Zoë krijgt kleintjes. Geen wonder dat ze steeds dikker wordt. We zullen een echo maken om te kijken of het goed gaat met de kleintjes en hoeveel kittens jullie kunnen verwachten.’ Annico kon haar oren niet geloven. Kittens? Haar lieve Zoë kreeg kleintjes! Ze was ongelooflijk blij. ‘Oh, wat geweldig he mam? Er is niks ernstigs met haar, ze krijgt gewoon lieve kleine katjes!’ Annico stond te springen van blijdschap. Haar moeder keek iets minder blij. ‘Hoe kan dat nou? Zoë komt nooit buiten.’ ‘Dan was ze waarschijnlijk al drachtig in het asiel,’ antwoordde de dierenarts.

De dierenarts maakte een echo en zag dat er vier kittens in de buik van Zoë zaten. ‘Ik denk dat de ongeveer 7 weken drachtig is nu. Dat betekent dat jullie over twee weken de kittens kunnen verwachten. Je moet Zoë nu wel andere voeding geven, speciaal voor aanstaande moeders en hier heb je een foldertje over het krijgen van kittens,’ zei de dierenarts. Annico’s moeder moest het allemaal even verwerken. Nog vier katten erbij, dat was nogal wat. Maar Annico kon niet wachten. Het leek haar geweldig, vier van die lieve kleine poesjes erbij! Terwijl moeder nog van alles met de dierenarts besprak, aaide Annico Zoë in haar reismandje. Ze zou nog liever zijn voor Zoë en haar extra goed verzorgen. 

Twee weken later was het zo ver. Zoë vertoonde alle verschijnselen van een poes die haar kittens gaat werpen. Moeder belde de dierenarts, die had beloofd bij de bevalling aanwezig te zijn, omdat moeder geen idee had wat ze wel of niet zou moeten doen tijdens het hele gebeuren. Binnen een paar uur lagen er vier ontzettend kleine kittens in het nestje naast Zoë. Alles was goed verlopen en ze zagen er gezond uit. Annico was zo blij dat het zaterdag was en dat ze erbij kon zijn. Het liefst wilde ze de kittens meteen oppakken en knuffelen, maar dat mocht natuurlijk niet. Ze moesten eerst wennen aan hun nieuwe wereld en leren drinken bij hun mama. Annico kon haar ogen niet van de kleintjes afhouden. Pas toen de dierenarts zei dat het belangrijk was om Zoë en haar kleintjes echt even met rust te laten, ging Annico weg bij de poesjes. ‘Ik wilde zo graag een kitten, he mam, en nu hebben we vier lieve kittens en een geweldige poes! Ik ben zo blij,’ riep Annico. Moeder knikte. ‘Ja, je boft maar. Ik vind ze ook wel heel erg schattig, moet ik toegeven. Maar we krijgen het er nog wel druk mee als ze straks door het huis gaan rennen. Je gaat me wel helpen hoor!’ Annico kon bijna niet wachten op het moment dat al die katjes door het huis zouden rennen, het leek haar geweldig!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.