Het Dierenmeisje

Een speciaal verhaaltje voor Asya

In een warm land, hier ver vandaan, woonde Asya met haar ouders in een gezellig hutje, midden in een groot oerwoud. Het hutje stond in een klein dorpje dat op een open plek in het oerwoud was gebouwd. De mensen woonden er heel gezellig met elkaar. Ze aten van de vruchten uit de bomen en van de planten in het oerwoud. Iedereen wist precies wat je wel en niet kon eten. 

Omdat ze midden in het oerwoud woonden, kon Asya niet zomaar alleen ver weg gaan van het hutje, want het was natuurlijk best gevaarlijk. Er leefden ook wilde dieren in het oerwoud en sommige planten waren giftig. De oudere kinderen hadden al geleerd wat wel en niet kon, maar Asya was pas drie jaar en moest dus in het dorpje blijven om te spelen. Gelukkig hoefde ze zich daar niet te vervelen, want er waren nog veel meer kleine kindjes en samen hadden ze veel plezier. 

Asya zag de grotere kinderen wel vaak het dorpje uitlopen, langs een smal paadje dat hier en daar overgroeid was met boomtakken en grote planten. Wat zou ze daar ook graag eens gaan wandelen! Asya was dol op avontuur. Zo klein als ze was wilde ze elke dag wel nieuwe dingen beleven. Ze was al een paar keer een stukje meegelopen met een groepje grotere kinderen, maar ze hadden haar telkens gezien en teruggebracht naar het dorpje. Na de derde keer had ze bedacht dat het misschien veel slimmer zou zijn om gewoon alleen het paadje op te lopen. Dan kon niemand haar terugbrengen! Glimlachend over haar eigen slimme idee, liep ze dan ook op een goede dag gewoon het paadje op. Ze had eerst goed gekeken of niemand op haar lette en was toen zo het dorpje uitgewandeld. Wat was het mooi, zo midden in het oerwoud! Ze keek haar ogen uit. Zoveel planten en heel erg dikke en hoge bomen had ze nog nooit bij elkaar gezien. Verwonderd liep ze verder over het paadje terwijl ze overal om zich heen keek en ook naar boven, waar ze de blauwe lucht nauwelijks kon zien door het dichte bladerdek. 

Ineens schrok ze van geritsel in de struiken. Ze keek op de grond of ze iets zag. Haar moeder had haar zo vaak gewaarschuwd voor gevaarlijke dieren, zou er dan nu iets aankomen? Asya werd een klein beetje bang. Het geritsel kwam dichterbij. Asya bleef stil staan, wachtend op wat er uit de struiken tevoorschijn zou komen. Ineens zag ze de kop van een grote dikke slang. Van schrik deed Asya een sprongetje naar achteren. Deze slang was wel heel erg groot. Zijn hoofd was bijna net zo groot als haar hoofd! Asya wilde wegrennen, maar het lukte niet. Haar benen leken wel vast te zitten aan de grond. ‘Wie ben jij?’ hoorde ze toen. Asya keek voorzichtig om zich heen. Ze zag helemaal niemand. Toch zei ze: ‘Ik ben Asya, wie ben jij?’ ‘Hallo Asya, ik ben Sissell. Wat doe jij hier zo alleen? Weet je niet dat het heel gevaarlijk is voor kleine meisjes om alleen door het oerwoud te lopen?’ Asya keek nog eens om zich heen, maar geloofde toen echt dat het de slang was, die ze hoorde praten. Ze vond het eigenlijk niet eens zo raar. Waarom zouden slangen niet kunnen praten? Ze was ineens niet meer zo bang. Een pratende slang kon nooit gevaarlijk zijn, dacht ze. ‘Hoi Sissell, ik mag hier eigenlijk ook niet komen, maar ik was zo nieuwsgierig. Ik ben stiekem weggegaan.’ Sissell siste. ‘Dat is heel stout van je. Maar ik begrijp je wel, het oerwoud is ook heel mooi. Weet je wat, ik ga een stukje met je mee en dan zorg ik dat je veilig weer in je dorp terugkomt. Oké?’ Asya knikte. Het was gezellig om met Sissell op pad te gaan. Hij gleed met zijn hele lange dikke lijf naast haar over het pad. Hij vertelde haar voor welke planten ze echt moest uitkijken. Sommige prikten namelijk en anderen waren giftig. 

Terwijl ze gezellig samen dieper het oerwoud inliepen en gleden, hoorden ze ineens een hoop gekraak van takken. Asya schrok van het plotselinge geluid. Sissell schrok niet, hij riep enthousiast: ‘Ah, daar zullen we Leo hebben. Ik zal je aan hem voorstellen. Niet schrikken hoor, Leo is wel groot.’ Asya was meteen benieuwd naar Leo, maar toen de struiken opzij gingen en ze vlak voor zich een enorm leeuwenhoofd zag, schrok ze zich een hoedje en deed drie passen achteruit. ‘Woah, wat doet zo’n klein meisje hier alleen?’ brulde Leo. Blijkbaar had hij Sissell nog niet gezien. ‘Eh, ik, eh, ik ben niet alleen hoor,’ stamelde Asya. ‘He Leo, hier beneden!’ riep Sissell. ‘Ik begeleid de jongedame door het oerwoud.’ Leo keek omlaag. ‘Ha Sissell, wat goed van je. Het is niet veilig voor haar hoor. Ik hoorde dat Tigo ook in de buurt is. Je kan haar beter terug naar haar dorp brengen.’ Asya zag dat Sissell een beetje schrok toen Leo over Tigo vertelde. ‘Wie is Tigo?’ vroeg ze nieuwsgierig. ‘Dat is een tijger, die altijd honger heeft en heel erg houdt van kleine kinderen,’ zei Sissell snel. ‘Kom, ik breng je terug.’ Maar Asya wilde helemaal niet terug. Ze vond het net zo leuk met Leo en Sissell. ‘Ik kan toch met hem praten?’ vroeg Asya, ‘hij zal me heus niet opeten hoor.’ Leo keek Asya streng aan. ‘Praten heeft geen zin, je moet terug naar het dorp. Laten we afspreken dat we een andere keer weer samen komen.’ Asya schrok een beetje van de strenge Leo. Het leek haar toch maar beter om terug te gaan. Samen met Sissell liep ze terug naar het dorp. 

Toen ze in de verte de hutjes al zag zei Sissell: ‘ga nu maar gauw terug naar je ouders. Daar ben je veilig. Morgen om dezelfde tijd zal ik hier op je wachten. Dan maken we nog een wandelingetje.’ Asya knikte. Ze rende terug naar het dorp, waar niemand gemerkt had dat ze weg was geweest. Het was wel een fantastisch avontuur. Dat ze de dieren gewoon kon verstaan vond ze helemaal geweldig. ‘Zou het ook met kleine dieren kunnen?’ vroeg ze zich hardop af. Op een blaadje zag ze een lieveheersbeestje. Ze liet het beestje op haar vinger kruipen en zei toen zachtjes: ‘Hoi lieveheersbeestje, ik ben Asya, hoe heet jij?’ ze hield haar vinger dicht bij haar oor en hoorde toen heel zachtjes: ‘Hoi Asya, ik ben Lieve. Wat leuk dat ik even bij je mag zitten!’ Asya glunderde. Ze kon ook kleine dieren verstaan! ‘Kan ik iets voor je doen?’ vroeg Asya. Ze hield het kleine beestje weer vlak bij haar oor. ‘Nee hoor, zet me zo meteen maar weer terug op een lekker sappig blaadje, dan ben ik helemaal blij,’ zei Lieve. Asya keek nog even naar Lieve en aaide met haar kleine vingertje zachtjes over de vleugeltjes. Toen zette ze Lieve op een heerlijk groen blaadje. ‘Dag Lieve, misschien zie ik je snel weer,’ riep ze en ze rende terug naar haar hutje. 

‘Wat ben je vrolijk, heb je lekker gespeeld?’ vroeg haar moeder. ‘Ja, het was een hele leuke dag!’ zei Asya. Ze vertelde niks van de dieren die ze gezien had en dat ze met hen gepraat had, want ze dacht dat haar moeder haar nooit zou geloven. Het was haar eigen geheim, dat ze voorlopig met niemand zou delen. 

Nicole Martens, maart 2020 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.