Het Monsterbos

Een speciaal verhaaltje voor Braydon

Met grote snelheid reed Braydon over de weg. Het leek mee of hij gleed! Op zijn hoofd voelde hij de helm stevig zitten. Aan zijn handen had hij mooie zwarte handschoenen. Even keek hij naar de glimmende rode tank tussen zijn benen, om daarna direct weer op de weg te kijken. Wat was dit genieten! Zijn brandweerrode motor voerde hem langs weilanden en beekjes. Vogels vlogen verschrikt op als hij op zijn snelle racer voorbij zoefde. Hij reed en reed maar door, aan de weg leek geen einde te komen. Braydon had een heel fijn gevoel en het leek alsof hij alleen op de wereld was. Hij alleen met zijn motor. Hij zag geen auto op de weg, ook geen andere motoren of fietsers. Het leek echt of hij helemaal alleen was. Dat was toch ook wel een beetje raar. Maar hij dacht er niet lang over na, draaide het gas nog iets verder open en zoefde nog harder over de eindeloze weg met de flauwe bochten die hij heel soepel nam. 

De lucht was prachtig blauw, de zon scheen, maar het was niet te warm. Zijn dikke motorjack zat heerlijk en was precies warm genoeg. Een enkel wolkje aan de lucht maakte het uitzicht prachtig. Braydon zag een weide met allemaal gele bloemen aan zijn linkerhand voorbij flitsen. Even verderop zag hij een heel veld met rode klaprozen. De kleuren leken allemaal heel fel, veel feller dan normaal. Net als het blauw van de lucht. Zo blauw had hij de lucht nog nooit gezien, bedacht hij zich. Hij ging wat langzamer rijden en bekeek de omgeving nog eens goed. Misschien lag het aan het vizier van zijn helm, dat alles zo mooi en fel van kleur was. Hij deed met zijn linkerhand het vizier omhoog, maar zag de kleuren toen zo mogelijk nog feller. Het leek wel of hij in een sprookje reed! Maar lang wilde hij er niet over nadenken. Het motorrijden was veel te fijn. Hij klapte zijn vizier weer dicht en draaide het gas weer open. Met grote snelheid zoefde hij verder over de weg waar geen eind aan leek te komen. Er waren ook geen zijwegen of kruispunten, het was gewoon een lange kronkelige weg. 

Ineens werd het donkerder. Dikke wolken waren plotseling ontstaan en zorgden ervoor dat de felle kleuren verdwenen. De mooie sprookjesachtige omgeving veranderde snel in een saaie zwart-wit film. Braydon keek verbaasd naar boven en ging wat langzamer rijden. Waar kwamen die wolken nou ineens vandaan? Zou hij omdraaien en terugrijden? In zijn achteruitkijkspiegel zag hij dat het achter hem ook helemaal donker en grijs was. Terug rijden had dus weinig zin. ‘Dan maar zo snel mogelijk door en zorgen dat ik thuis kom’, zei hij hardop. Braydon draaide het gas weer open en reed snel door. Hij voelde dat het kouder werd en nog donkerder, omdat hij ineens in het bos terecht was gekomen. De bomen hadden heel veel bladeren, waardoor hij nauwelijks nog de lucht kon zien. Het was niet prettig om daar te rijden. De sterke koplamp van zijn motor zorgde ervoor dat hij de weg goed kon volgen. Totdat de bomen ineens over de weg leken te groeien. De takken bewogen en leken wel reusachtige armen. Braydon ging langzamer rijden en keek om zich heen. Het was ineens heel eng om daar helemaal alleen in dat donkere bos te zijn met bomen die zo raar bewogen, alsof het monsters waren. Hij keek omhoog en schrok ontzettend. Bovenaan de bomen, net onder het dichte bladerdak zag hij lelijke monsterogen, met rare monstermonden. Het waren dus gewoon monsters, bosmonsters, en ze waren reusachtig groot. De rillingen liepen over zijn rug. Hoe kon hij hier zo snel mogelijk weg komen? Hij wilde het gas open draaien, maar de motor haperde en sloeg af. Paniekerig probeerde hij opnieuw te starten, maar dat ging niet. Net toen hij dacht dat een van de monsters hem zou grijpen, startte de motor, bijna als vanzelf en gingen de takken, of armen, voor hem op de weg opzij. Hij twijfelde geen moment, draaide het gas open en reed hard weg. In zijn spiegels zag hij dat de monsters hem uit leken te zwaaien. Braydon was verbaasd. Het leek net allemaal zo eng, en nu leken ze ineens heel vriendelijk. Hij begreep er helemaal niks van. 

En toen was alles voorbij. Braydon deed zijn ogen open en zat gewoon in zijn bed, thuis, veilig bij papa en mama. Hij had gedroomd! Wat was dat een rare droom. Het motorrijden was geweldig geweest, die monsters heel raar en hij was wel heel erg alleen geweest, dat voelde eerst goed, maar later ook weer heel vervelend. 

Hij knipte het lampje naast zijn bed aan en kneep zichzelf in zijn arm om er zeker van te zijn dat hij nu echt wakker was en dat hij alles gedroomd had. Buiten was het nog donker, het zou wel midden in de nacht zijn, maar hij durfde niet meer zo goed te gaan slapen. Braydon riep om zijn moeder, die al snel zijn kamer binnenkwam. ‘Ik heb zo ontzettend raar gedroomd mam,’ zei hij en hij vertelde de droom. Zijn moeder vond het ook een rare droom en zorgde ervoor dat Braydon weer aan andere dingen kon denken, voordat ze weer wegging. Toen kon Braydon weer lekker slapen en droomde hij niet meer van motoren en monsters. 

Nicole Martens, september 2019 

Eén antwoord op “Het Monsterbos”

  1. Yara, bijna 5, vond het leuk maar ook een beetje griezelig. Vooral de monsters bomen. Gelukkig was het een droom en lag hij in zijn bed. Blij dat zijn moeder er was. En nu ga ik ook slapen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.