In kabouterland

Op een morgen werd Janella wakker. Haar kamer zag er anders uit dan anders. Ze ging rechtop in bed zitten en keek eens goed om zich heen. Er stonden allemaal meubeltjes van hout in de kamer en de muren waren niet recht, maar krom. Ook het dak was rond en niet recht. ‘Waar ben ik nu?’ vroeg Janella hardop.

Ze vond het niet eng, maar wel spannend. Voorzichtig stapte ze uit bed. Ze liep naar het deurtje, dat ook rond was aan de bovenkant. Ze deed hem open en stapte zo in een gezellige huiskamer. Aan de tafel zat iemand, met een rode puntmuts op haar hoofd. ‘Hallo’, zei Janella zachtjes. Het vrouwtje met de puntmuts draaide zich om. ‘Goedemorgen Janella, heb je lekker geslapen?’ vroeg ze. ‘Eh, jawel, maar waar ben ik?’ Vroeg Janella. Ze liep wat verder de kamer in, zodat ze ook de keuken kon bekijken en misschien was er nog wel iemand in het huisje. Maar ze zag verder niemand. ‘Je bent bij de kabouters, dat had je gewenst, toch? Je mag een dagje bij ons zijn en als je vanavond gaat slapen, dan ga je vanzelf weer terug naar je vader en moeder.’

Janella vond het raar en spannend tegelijk. Ze had inderdaad gewenst om bij de kabouters te mogen wonen. Maar ze had nooit gedacht dat het echt zou gebeuren! ‘Ik heet Sietske,’ zei het vrouwtje. ‘Zal ik iets te eten voor je maken? Je hebt vast honger.’ Janella knikte verlegen. ‘Kijk maar gerust even rond hoor, het is hier vast heel anders dan thuis.’ Zei Sietske. Janella liep verder de kamer binnen en zag allemaal kleine spulletjes die ze nog nooit eerder gezien had. Het rook heel apart in het huisje, best lekker, maar heel apart. Sietske smeerde een soort boterhammetje voor haar. Het leek op een boterham, maar het smaakte heel anders, meer als een pannenkoek. Janella vond het wel lekker. ‘Als je klaar bent met eten dan gaan we naar buiten. Het is mooi weer en de anderen zijn al lekker aan het spelen. Je wil vast nog meer kabouters zien,’ zei Sietske. Janella knikte met volle mond. Ze was heel nieuwsgierig naar wat er buiten was. De raampjes in het huisje waren zo klein, dat ze niet goed naar buiten kon kijken. 

Toen Sietske de deur opendeed, wist Janella niet wat ze zag. Bladeren zo groot als auto’s en boomstammen zo dik als de paal van een windmolen. Alles was zo verschrikkelijk groot! ‘Wow, wat is het hier allemaal groot!’ riep ze vol verbazing. Ze hoorde luid geritsel en keek waar het vandaan kwam. Er kwam een heel groot zwart beest op haar af. Janella gilde en rende weer naar binnen. Ze botste tegen Sietske op. ‘W..w..wat is dat?’ riep ze geschrokken. ‘Oh, dat is maar een kevertje. Je hoeft niet bang te zijn, ze doen je niks hoor. Alles is heel groot omdat jij nu heel klein bent. Je bent een kabouter, weet je nog?’ antwoordde Sietske. Janella vond het maar niks. Die kever was echt heel groot. Voorzichtig keek ze om het hoekje van de deur. De kever was weg. Langzaam liep ze weer naar buiten, want ze was erg nieuwsgierig naar de andere kabouters. Maar die zag ze helemaal niet. Sietske floot hard op haar vingers. Het geluid deed pijn aan Janella’s oren, maar ineens kwamen overal kabouters vandaan gerend. Janella zag alle kleuren puntmutsjes aan komen lopen. Er waren kabouters met een blauw mutsje en met rood, maar ook gele en groene mutsjes waren er. Het zag er heel vrolijk uit. ‘Hoi Janella!’ riepen ze en toen begonnen alle kabouters door elkaar heen te praten en Janella kon er niets van verstaan. Sietske blies nog een keer op haar vingers en iedereen werd stil. ‘Niet allemaal tegelijk praten, laten we om de beurt vertellen wie we zijn.’ En dat deden ze. Janella probeerde alle namen te onthouden, maar de kabouters leken zo veel op elkaar, dat het heel lastig was. Vooral de tweeling, met allebei een groen mutsje was niet uit elkaar te houden. Toen gingen ze verstoppertje spelen. Het was heel gemakkelijk om je te verstoppen, want je had maar één blad van een boom nodig om onder te kruipen, dan was je al niet meer te zien. Janella vond het heel erg leuk. 

Opeens hoorde ze weer geritsel en ze dacht dat het de kever weer was. Heel voorzichtig keek ze om het hoekje van het blad waar ze onder zat. Ze keek recht in de enorme snuit van een konijn! Janella schrok enorm en kroop snel weer onder het blad. ‘Niet bang zijn, ik doe je helemaal niks hoor.’ Hoorde ze iemand zeggen. ‘W..w..wie praat daar?’ vroeg Janella zachtjes. ‘Ik ben Saartje, het konijn.’ Hoorde ze. Janella keek verbaasd naar het konijn. Een konijn dat kan praten? ‘Waarom kan jij praten?’ vroeg ze. Ze was niet meer zo bang, want Saartje leek heel aardig. ‘Kabouters kunnen met alle dieren praten, wist je dat niet?’ zei Saartje. Janella schudde verbaasd haar hoofd. Dat wist ze niet, maar dat was wel heel leuk. Ze stelde allerlei vragen aan Saartje en Saartje gaf overal antwoord op. Janella vergat helemaal dat ze verstoppertje aan het spelen was. Saartje riep een paar vrienden, zo kwam er nog een konijntje bij en een merel. Ook de kever van die ochtend kwam aangelopen en Janella vond het niet meer eng. Ze praatte en praatte met alle dieren. Er kwamen andere kabouters bij hen zitten. Ze kletsten gezellig mee. Het werd een geweldige dag bij de kabouters. En toen de avond viel, wilde Janella nog lang niet naar huis. ‘Maar je ouders missen je’, zei Sietske, die haar bord vol schepte met een soort pap, die heerlijk rook. Janella at met smaak haar bordje leeg en was toch wel heel moe. Nadat ze alle kabouters een knuffel had gegeven en de dieren gedag had gezegd in het bos, liet ze zich in het houten bedje vallen. Ze viel direct in slaap. 

Veel te snel hoorde ze haar naam weer roepen. ‘Janella, wakker worden, de dag is al begonnen!’ Janella opende haar ogen en keek in het gezicht van haar moeder. Ze moest even nadenken, maar wist toen weer waar ze geweest was. Ze vertelde het verhaal van de kabouters tegen haar moeder. En dat ze met de dieren had gepraat en hoe leuk het was geweest. Haar moeder keek haar aan en zei: ‘Dat was een mooie droom! Zo wil ik ook wel eens dromen hoor.’ ‘Het was geen droom, mama, ik was er echt! Hebben jullie me niet gemist dan?’ Nee, mama had haar niet gemist, maar Janella wist zeker dat ze echt bij de kabouters was geweest. 

Nicole Martens, september 2016 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.