Lentedag op het strand

Een speciaal verhaaltje voor Mawcus

Het was een zonnige lentedag. Na een lange natte winter, werd iedereen vrolijk van een beetje zon. Mawcus helemaal. Hij hield van de zon en van lekker warm weer. Het was nog niet zo warm als in de zomer, maar het rook zo heerlijk naar lente buiten en de zon gaf al best veel warmte. 

Het was weekend en de ouders van Mawcus hadden bedacht om een fijne wandeling op het strand te gaan maken. Mawcus vond het een super goed idee. ‘Mag Frederique ook mee?’ vroeg hij. Frederique was het allerbeste vriendinnetje van Mawcus. Ze kenden elkaar al hun hele leven. Hij was 6 en Frederique ook. Ze woonden vlakbij elkaar en zaten ook bij elkaar in de klas. Ze zagen elkaar bijna elke dag, ook in de vakanties. Samen hadden ze veel plezier. ‘Ja hoor, Frederique mag best mee, ga maar even vragen of ze mee wil,’ zei zijn moeder. 

Mawcus rende de deur uit naar het huis van Frederique. Als hij op zijn tenen ging staan kon hij precies bij de deurbel. Hij belde wel drie keer achter elkaar, hij kon bijna niet wachten tot er open gedaan werd. Gelukkig was het Frederique zelf die de deur open deed. ‘Ga je mee naar het strand vandaag? We gaan naar het strand, je mag mee!’ riep Mawcus direct toen de deur open ging. Frederique moest altijd lachen als Mawcus zo heel erg blij en vrolijk was. Mawcus stond bijna te springen voor de voordeur. Het zag er grappig uit, vond Frederique. ‘Lijkt me super leuk! Ik ga vragen of het mag!’ antwoordde Frederique en ze rende naar de huiskamer. Mawcus volgde haar op de voet. ‘Mam, mag ik met Mawcus mee, ze gaan naar het strand?!’ riep Frederique toen ze de kamer binnen rende. Moeder schrok op uit haar boek van alle herrie die de twee kinderen maakten. ‘Eh, naar het strand, vandaag?’ vroeg ze. ‘Ja, we gaan over een uurtje weg ofzo,’ zei Mawcus. ‘Wat leuk, nou je mag mee hoor meisje. Ga maar gauw!’ zei Frederiques moeder. Juichend liepen de kinderen het huis uit, op weg naar het huis van Mawcus. 

Een poosje later, moeder had nog van alles ingepakt voor op het strand, het duurde uren, zaten ze uiteindelijk in de auto. Het was een klein half uurtje rijden naar het strand. Onderweg keken de kinderen naar buiten. Overal zagen ze al mooie groene blaadjes aan de bomen en er waren ook al verschillende bloemen in het gras te zien. ‘Wat is de lente toch fijn,’ zuchtte Frederique. Mawcus knikte, hij vond het ook heerlijk, de lente. 

Bij het strand aangekomen, konden de kinderen bijna niet wachten om door de duinen naar het strand te rennen. Toch moesten ze heel even geduld hebben totdat papa en mama alle spulletjes uit de auto hadden gepakt. ‘Wat heb je allemaal meegenomen mam?’ vroeg Mawcus nieuwsgierig. ‘Ik heb wat lekkere dingen klaargemaakt, zodat we straks gezellig kunnen picknicken op het strand,’ antwoordde moeder. ‘Oh lekker! Ik heb nu al honger!’ riep Mawcus blij. ‘We gaan eerst even lekker spelen hoor, daarna gaan we eten,’ zei moeder. 

Vanaf de duinen was het geweldig om het strand op te rennen. Mawcus en Frederique renden om het hardst naar beneden tot bijna aan de zee. Het was nog veel te koud om te zwemmen, dus stopten ze toen het zand hard werd onder hun voeten. Er waren best veel mensen op het strand. Iedereen liep te wandelen of met een bal te spelen. Er waren ook heel veel honden die door de zee sprongen. Voor hen was het water blijkbaar niet te koud. Hijgend en puffend van het harde rennen keken Mawcus en Frederique om zich heen. ‘Wat is de zee toch groot he?’ riep Frederique. ‘Geweldig!’ riep Mawcus terug. ‘Zullen we nog een keer naar beneden rennen?’ vroeg Frederique. Mawcus knikte. Hij vond het heerlijk om zo hard te rennen. Maar eerst moesten ze terug naar de duinen en weer helemaal omhoog klimmen. Boven aangekomen moesten ze eerst even op adem komen. Lopen door het zachte zand is best vermoeiend en dan de klim erachteraan, ze waren er moe van. ‘Wie het eerst bij de zee is!’ riep Mawcus ineens en hij begon te rennen. Frederique reageerde bijna direct, maar liep toch iets achter hem aan. ‘Oh, valse start!’ riep ze rennend. Mawcus moest lachen en rende zo hard mogelijk door. Maar Frederique liet zich niet kennen en deed haar best om Mawcus in te halen. Toen ze vlak bij hem was, gaf ze hem een klein duwtje. Mawcus wankelde maar liep struikelend door het mulle zand nog een paar stappen verder. ‘Oh, da’s oneerlijk!’ riep hij. Nu moest Frederique lachen. Mawcus kon zijn evenwicht niet houden en viel in het zachte zand. In zijn val raakte hij Frederique, die hem net voorbij wilde rennen. Ook zij viel in het zand en samen rollebolden ze over het strand, gierend van het lachen. ‘Nou heeft er niemand gewonnen,’ zei Mawcus uiteindelijk. ‘Jawel, we hebben allebei gewonnen,’ zei Frederique triomfantelijk. Mawcus was het met haar eens. Allebei winnen, dat klonk veel beter dan allebei verliezen. 

‘Waar zijn je ouders eigenlijk?’ vroeg Frederique ineens. Mawcus keek rond. Hij zag best veel mensen, maar hij zag zijn ouders niet. ‘Eh, ik weet nie…’. Ze konden toch niet ver weg zijn? Mawcus stond op om verder te kunnen kijken. Frederique kwam naast hem staan en pakte zijn hand. Dat vond Mawcus normaal gesproken nooit zo fijn, maar nu voelde het wel goed. ‘Laten wij in ieder geval elkaar niet kwijtraken,’ zei Frederique. Mawcus knikte. Hij tuurde in de verte naar alle kanten, maar zag zijn ouders niet. ‘Ik zie ze niet! Wat nu?’ zei hij tenslotte wat paniekerig. ‘Ik zie ze ook niet,’ zei Frederique, ‘maar ik moet altijd blijven waar ik ben, als ik mijn ouders kwijt ben. Als we gaan lopen dan vinden ze ons nooit, dus misschien moeten we gewoon maar afwachten.’ Mawcus knikte, dat klonk wel slim. ‘Zullen we dan daar onderaan de duinen gaan zitten? Dan zitten we iets hoger dan het strand, dan zien ze ons vast?’ Vroeg Mawcus. Dat vond Frederique dan weer heel slim van Mawcus, dus liepen ze samen naar de rand van het strand. Ze gingen tegen een duin aan zitten, vlak naast het pad waar ze zojuist vanaf gerend waren. 

Frederique en Mawcus keken goed om zich heen, zoekend naar Mawcus’ ouders. Maar hoe goed ze ook keken, ze zagen ze maar niet. Mawcus werd na een poosje wel een beetje verdrietig. ‘Straks gaan ze zonder ons naar huis en dan wordt het donker en zitten we hier helemaal alleen,’ zei hij zachtjes. Dat vond Frederique niet zo’n fijn idee. Ze kreeg even de kriebels, maar toen zei ze: ‘Welnee joh, die gaan toch niet zonder ons weg! Voordat het donker wordt hebben we ze al lang gevonden.’ Mawcus haalde zijn schouders op, hij was er niet zo zeker van. Met zijn linkerhand groef hij een kuiltje in het zachte zand. In zijn rechterhand zat nog steeds de hand van Frederique geklemd.  Ook Frederique keek naar het zand naast haar en naar de kleine grasplantjes die er groeiden. Ze hadden het zoeken een beetje opgegeven. 

Ineens hoorden ze een bekende stem: ‘Komen jullie wat eten? Het is wel tijd voor iets lekkers toch?’ Mawcus’ hoofd schoot omhoog. ‘Papa!’ riep hij blij en hij sprong op. ‘Waar waren jullie?’ Zijn vader keek hem verbaasd aan. ‘Gewoon hier beneden bij het kleedje, kijk maar daar zit mama op jullie te wachten.’ Hij wees naar beneden, waar nog geen 30 meter verder zijn moeder inderdaad zat te wachten. Mawcus begreep er niks van. ‘We waren jullie kwijt! We zaten hier te wachten totdat we jullie zouden zien. We hebben wel honderd keer het strand bekeken en we zijn expres hier zo hoog gaan zitten, zodat jullie ons zouden zien.’ Inmiddels stroomden er tranen over zijn wangen. Van blijdschap, maar ook omdat hij boos was. Boos dat hij zijn ouders niet had gezien en gedacht had dat hij ze voor altijd kwijt zou zijn. ‘Ach jongen toch, wij dachten dat jullie hier waren gaan zitten om gezellig even samen te kletsen. Wij waren jullie niet kwijt hoor, we hebben jullie altijd in de gaten en we gaan nooit zonder jullie weg natuurlijk!’ zei papa. Hij gaf Mawcus een dikke knuffel en Frederique een aai over haar bol. Met zijn drieën liepen ze naar mama, die inderdaad allemaal heerlijke dingen had meegenomen om te eten en te drinken. ‘Ze waren ons kwijt!’ riep papa al van een afstand. Moeder begreep er niks van. ‘Hoe kan dat nou? Wij zaten de hele tijd gewoon hier!’ Mawcus haalde zijn schouders op. Hij had het kleedje niet herkend en had gezocht naar mensen die wandelden, niet naar mensen bij een kleedje. ‘Gelukkig zijn we allemaal weer bij elkaar,’ zei Frederique. ‘Nou, zeg dat wel!’ riep Mawcus. Hij had zijn tranen gedroogd en zat heerlijk te smullen. 

Na het eten gingen ze met zijn vieren een wandeling maken over het strand, waarbij Mawcus zijn ouders heel goed in de gaten hield, want hij wilde hen niet nog eens kwijtraken. 

Nicole Martens, maart 2020 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.