Londen

‘Papa moet voor zaken in Londen zijn, precies in de herfstvakantie,’ zegt de moeder van Mees. Mees kijkt op van zijn i-pad, waarop hij net een geweldig filmpje op youtube zat te kijken over haaien en hoever zij per dag kunnen zwemmen. ‘Oh nou, leuk voor papa,’ zegt Mees en hij kijkt weer naar zijn i-pad. ‘Wij kunnen dan met papa mee, lijkt je dat wat?’ vraagt zijn moeder.

Weer zet Mees het filmpje op pauze. Wat is het toch irritant als mama me steeds stoort, denkt hij. Maar hij weet dat hij beter kan reageren, anders blijft ze praten. ‘Mee? Waarheen, op zakenreis?’ Mees kijkt zijn moeder verbaasd aan. Hij snapt niks van wat papa doet over de hele wereld, waarom zou hij dan mee moeten gaan? ‘Terwijl papa zijn werk doet, kunnen wij samen lekker de stad gaan bekijken. Londen is hartstikke leuk. Ik ben er jaren geleden geweest,’ antwoordt zijn moeder. Mees kijkt bedenkelijk. Een stad bekijken, wat kan daar nou leuk aan zijn? Moeder ziet Mees denken. ‘Er zijn heel veel mooie dingen om te zien in Londen. Je kunt er ook leuk winkelen en er is ook een dierentuin,’ zegt ze. Mees kan zich er nog weinig bij voorstellen, maar een hele vakantie thuis zitten is ook niet alles. ‘Oke, klinkt wel goed, laten we maar meegaan dan. Gaan we vliegen?’ vraagt hij. Zijn moeder knikt. ‘Ja, we gaan vliegen en we overnachten in een hotel en dan kunnen we als papa uit zijn werk komt gezellig samen uit eten en misschien ’s avonds nog naar een voorstelling ofzo. Ik zal het eens gaan uitzoeken.’ Opgetogen loopt zijn moeder de kamer uit. Mees begrijpt haar enthousiasme niet helemaal, maar is blij dat ze blij is. Hij houdt niet zo van reizen en hotels, maar voor een keer zal het vast leuk zijn. 

Enkele weken later zitten ze met zijn drieën in het vliegtuig naar Londen. Ze landen op Heathrow, heeft papa verteld. Vanaf het vliegveld moet papa meteen met een taxi naar een bedrijf ergens in de stad. Mees en zijn moeder gaan naar het hotel om alle koffers weg te zetten. Het eerste stuk kunnen ze samen rijden. Papa gaat eerder uit de taxi en is al helemaal met zijn hoofd bij zijn zaken. In de taxi heeft papa’s telefoon onophoudelijk gerinkeld. Mees heeft met een mengeling van afschuw en ontzag zitten kijken. Zijn vader sprak veel Engels, dus hij had geen idee waar het over ging. Het leek hem verschrikkelijk als je telefoon de hele dag gaat, maar hij vond het dan wel weer knap dat zijn vader iedereen zo vriendelijk te woord stond. 

Vlug stapt papa uit de taxi, hij geeft Mees en zijn moeder nog snel een kus en mompelt iets dat lijkt op ‘tot vanavond’. Mees en zijn moeder rijden verder. Wat is het ineens rustig in de taxi. ‘Moeten we nog ver?’ vraagt Mees. ‘Nee hoor, we zijn er zo. Kijk maar eens naar buiten, hoe leuk het hier is.’ Mees kijkt door het raampje. Het is ontzettend druk in Londen. Hij ziet heel veel taxi’s, die vallen op omdat ze zwart zijn en een rare vorm hebben. Een beetje ouderwets, vindt hij. De gebouwen zijn vooral wit van kleur en erg hoog. Heel anders dan Amsterdam, of Utrecht, waar hij zelf woont. Ook bizar vindt hij het dat iedereen links van de weg rijdt. De chauffeur van de taxi zit rechts voorin achter het stuur, dat is ook al raar. Dan komt er een rotonde, de chauffeur stuurt naar links. Mees wordt een beetje misselijk, omdat hij dacht dat ze net als in Nederland rechts zouden gaan. Zijn maag maakt een raar sprongetje, wat misselijkmakend is. ‘Dat rijden hier aan de linkerkant is raar mam, waarom doen ze dat?’ Mama moet lachten. ‘Omdat die regels ooit zo zijn gemaakt,’ zegt ze. ‘Ik vind het ook raar hoor, ik denk niet dat ik hier zou kunnen autorijden!’ Mees ziet het helemaal voor zich, zijn moeder die voortdurend aan de rechterkant rijdt en allemaal toeterende auto’s op zich af ziet komen. Hij glimlacht bij die gedachte. 

Ineens staat de taxi stil en zijn ze bij het hotel. Het is een enorm groot hotel. Er staan mensen in uniform bij de deur. Twee komen er direct op hun taxi af en laden alle koffers op een karretje. Mees’ moeder knikt vriendelijk naar hen. ‘Waar gaan ze met onze koffers heen?’ vraagt Mees. ‘Die brengen ze netjes naar onze kamer. Kom we gaan even inchecken.’ Ze loopt het hotel binnen. Mees volgt haar op de voet. Door de immense draaideur komen ze in een enorme hal terecht. Het plafond is net zo hoog als een flat van vijf verdiepingen, zo lijkt het. Mees blijft staan en kijkt zijn ogen uit. ‘Het lijkt wel of ik in een film beland ben!’ zegt hij. Zijn moeder moet weer lachen en trekt hem gauw mee naar de balie. 

Met een kaartje in de hand, dat de sleutel blijkt van hun kamer, gaan ze de lift in. Er zijn wel vier liften op een rij. In de lift is zelfs een klein bankje en een grote spiegel. Mees blijft zich verbazen over wat hij allemaal ziet. ‘We moeten naar de achtste verdieping, druk jij het knopje even in?’ Dat doet Mees en de lift zet zich in beweging. Hij gaat zo snel dat Mees zijn maag weer om lijkt te draaien. 

De kamer blijkt ook heel groot. Het is meer een soort appartement. Er is een slaapkamer en een soort zitkamer. De badkamer is super luxe en het ruikt er overal heerlijk. In de zitkamer staat ook een derde bed. Mees laat zich op het bed vallen. ‘Hier slaap ik!’ roept hij enthousiast. Mama vindt het goed. ‘Kom eens buiten kijken,’ zegt ze. ‘We zitten best hoog en vanaf hier heb je een prachtig uitzicht over Londen.’ Mees loopt naar het raam. ‘Wow! Londen is groot! Wat is dat daar in de verte mam?’ Mees wijst naar twee torens. Het lijken twee torens tenminste. ‘Dat is de Tower Bridge. Een brug die over de Theems gaat. Die is prachtig om te gaan bekijken. De oude stoommachines, die vroeger ervoor zorgden dat de brug open en dicht kon, staan er nog. Helemaal aan de bovenkant is een loopbrug, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de rivier en Londen.’ Mees luistert geboeid. ‘Kunnen we daar nu heen?’ vraagt hij. ‘Goed idee, kom, laten we meteen maar gaan.’ 

Omdat het mooi weer is en de Tower Bridge niet heel ver weg leek, besluiten ze te gaan lopen. Onderweg kijkt Mees zijn ogen uit. Er komen rode bussen voorbij, het zijn dubbeldekkers. Er is er zelfs een met een open dak bij. ‘Haha, kijk mam, een cabrio bus!’ roept hij. Moeder lacht. ‘Je hebt gelijk, het is een cabrio bus. We zullen er ook een ritje mee maken, lijkt je dat leuk?’ Mees knikt. Hij vindt Londen nu al geweldig. Er is zoveel te zien. Na bijna een half uur lopen komen ze bij de brug aan. Het is heel indrukwekkend om er zo dichtbij te staan. Mees vindt de hoge loopbrug echt te hoog. Hij durft er niet overheen, dus dat doen ze niet. Wel bekijken ze de oude stoommachines, Mees vindt het prachtig. Mama stelt voor om met de metro naar Harrods te gaan. Harrods is een heel groot warenhuis, waar ze van alles verkopen. ‘Er is een hele grote speelgoed afdeling en we kunnen er ook even wat gaan eten,’ zegt ze. Mees vindt het een goed idee. Hij heeft reuze honger van al het wandelen. De metro lijkt hem ook wel spannend. En dat blijkt het ook te zijn. Als ze met een redelijk smalle trap onder de grond terecht komen, lijkt daar gewoon een twee wereld te zijn. Overal lopen mensen, het is er echt groot. Hij ziet verschillende roltrappen, sommige zijn normaal, andere zijn heel erg lang. Zo lang heeft Mees ze nog nooit gezien. Hij pakt de hand van zijn moeder. Hier wil hij haar niet kwijtraken. Mama regelt kaartjes en ze kunnen door een poortje. Ze moeten met zo’n hele lange roltrap naar beneden. ‘Nu gaan we dus eigenlijk nog verder onder de grond?’ vraagt hij met een benepen stemmetje. ‘Ja, dat klopt, dat heb je goed gezien.’ Moeder kijkt naar Mees en ziet zijn benauwde gezicht. ‘Oh, niet bang zijn hoor, er kan echt niks gebeuren,’ stelt ze hem gerust. Mees knikt, het zal wel, hij vindt het best spannend. 

Op het perron staan heel veel mensen. Het is er warm ook. Mees vindt het bijzonder, maar niet heel prettig. Dan komt er een metro aan. Mensen stappen uit en mensen stappen in. Net als Mees zijn tweede voet naar binnen zet, hoort hij een belletje en gaan de deuren dicht. ‘Zo, dat ging maar net goed!’ roept hij verschrikt. De metro zet zich in beweging. Mees wil naar buiten kijken, maar het is aardedonker, dus kijkt hij maar naar de mensen in de metro. Er zijn zoveel verschillende mensen! Weinig kinderen, veel mensen zoals papa en mama en soms ook wat ouder. De metro stopt. Mees hoeft er niet uit en blijft angstvallig bij de deur weg, bang dat hij er mee uit wordt geduwd in de drukte. Weer gaat de metro rijden. Mees kijkt om zich heen. Weer nieuwe mensen, maar waar is zijn moeder? Mees schrikt. Heel eventjes ziet hij haar niet meer, maar dan hoort hij haar stem van achter iemand anders vandaan komen. ‘Hier ben ik Mees, kom maar.’ Heel even dacht Mees dat ze uit was gestapt en dat hij alleen in de metro zat. Het was geen fijne gedachte en snel gaat hij heel dicht tegen zijn moeder staan. ‘Als de metro nu weer stopt gaan we ook uitstappen,’ zegt ze. Mees haalt opgelucht adem. Fijn, we kunnen eruit, denkt hij. 

Eenmaal weer boven de grond, in de frisse lucht, voelt Mees zich een stuk beter. ‘Ik vond dat maar niks hoor, die metro!’ zegt hij. ‘Je moet er gewoon even aan wennen. Het is de snelste manier om door de stad te komen,’ zegt mama. In het grote warenhuis zoeken ze eerst naar het restaurant. Daar nemen ze een heerlijke sandwich en iets te drinken. Het restaurant bevindt zich op de vierde verdieping. Ze zoeken een plaatsje bij het raam en hebben een prachtig uitzicht over de stad. Mees geniet. Hij voelt zich een stuk beter nu hij iets gegeten heeft en heeft zin om nog heel veel in de stad te gaan bekijken. ‘Ik wist niet dat een stad zo leuk kon zijn om te bezoeken, mam. Waar gaan we zo naar toe?’ vraagt hij zijn moeder. Moeder kijkt op haar horloge. ‘Ik denk dat we nog even hier in het warenhuis rondkijken en dan met de metro of de bus terug gaan naar het hotel. Papa zal er dan ook wel zijn, dan kunnen we samen bespreken wat we vanavond gaan doen.’ Mees knikt. ‘Oke, dan gaan we nu naar de speelgoedafdeling, toch?’ 

Ze zijn nog een hele tijd in het warenhuis aan het rondkijken. Er is zoveel te zien. Mees krijgt een leuk spelletje, dat ze op de hotelkamer kunnen spelen en zijn moeder koopt een prachtige handtas. Omdat de metro een stuk sneller gaat dan de bus, en het al laat is, nemen ze de metro naar het hotel. ‘Je hebt gelijk, mama, ik ben er nu al een beetje aan gewend, zo onder de grond. Het is niet meer zo eng als de vorige keer,’ zegt Mees, als ze weer op een hele lange roltrap staan die hen steeds verder onder de grond brengt. 

Papa is al op de hotelkamer als ze er aankomen. Mees vertelt honderduit over alles wat hij gezien heeft die dag. Zijn vader luistert naar zijn verhaal en is blij dat zijn zoon het zo naar zijn zin heeft. Ze gaan samen eten in het restaurant van het hotel. Omdat het voor iedereen een vermoeiende dag was, besluiten ze om die avond in het hotel te blijven en samen het nieuwe spelletje te spelen. 

‘Morgenochtend heb ik een belangrijke vergadering, maar morgenmiddag kan ik gezellig met jullie mee Londen in,’ zegt zijn vader. Mees kijkt verrukt. Hij vindt het heel leuk dat zijn vader mee kan, dat had hij niet verwacht. ‘Zullen wij dan morgenochtend naar Buckingham Palace gaan en de Big Ben gaan bekijken, Mees? Dan spreken we met papa af bij de London Zoo.’ Mees kijkt naar zijn vader. ‘Dat lijkt me een heel goed idee. Ik heb de dierentuin hier ook nog nooit gezien en het lijkt me heel leuk om eens met zijn drieën te gaan kijken,’ zegt zijn vader. ‘Dat lijkt mij ook hartstikke leuk mam!’ roept Mees blij. 

Mees gaat lekker slapen in het grote hotelbed. Wat ligt dat lekker! Hij droomt van de Londense straten en rode dubbeldekkers. Helemaal uitgerust wordt hij wakker van zijn vader die al vroeg uit bed is, omdat hij naar de vergadering moet. ‘Tot vanmiddag pap!’ zegt Mees zachtjes. ‘Tot vanmiddag knul, veel plezier vanmorgen met mama.’

Mees geniet van het uitstapje met zijn moeder in de ochtend. Buckingham Palace is indrukwekkend. Je kan er niet dichtbij komen, want er staat een hek omheen en bij de poort staan wachters met rode jassen en hoge zwarte mutsen op. Ze staan doodstil. Mees krijgt zin om een van hen te kietelen, maar dat mag niet van zijn moeder. Ze wandelen naar de Big Ben. ‘Eigenlijk gewoon een toren met een klok erop,’ zegt Mees. ‘Ja, da’s waar, maar hij is toch heel bijzonder en als je in Londen bent moet je hem een keer gezien hebben. We zullen vanavond in het hotel eens opzoeken waarom hij zo bijzonder is, goed?’ Mees knikt. Dan ziet hij een enorm reuzenrad. ‘O, kijk mam, wat is dat? Kunnen we daar ook in?’ ‘Dat is de Londen Eye,’ zegt ze. ‘Daar kunnen we zeker in. Zullen we dat doen?’ ‘Ja, gaaf! Dat durf ik wel.’ Roept Mees. 

Het ritje in de Londen Eye is toch wel iets spannender dan Mees dacht. Het reuzenrad is ongelooflijk groot en juist als ze helemaal bovenaan zijn, stopt het rad even. Mees is bang dat ze voor altijd boven in het rad moeten blijven zitten, maar zijn moeder stelt hem gerust. ‘Er stappen waarschijnlijk beneden wat mensen uit en in. We gaan zo vanzelf weer verder.’ Gelukkig heeft mama gelijk en gaat het rad even later weer verder. Het uitzicht was echt fantastisch. Mees heeft genoten, maar is blij als hij weer gewoon op de grond staat.

Ze vinden papa op de afgesproken plaats bij de London Zoo. Mees kijkt zijn ogen uit. Er zijn veel verschillende dieren en het is zo fijn dat ook papa er bij is. Samen eten ze een ijsje en papa maakt een heleboel foto’s. Mees heeft het ontzettend naar zijn zin in Londen en wil er eigenlijk nog wel langer blijven. Maar die avond vliegen ze al weer terug naar Nederland. ‘Kunnen we nog eens naar Londen?’ vraagt hij. Er is zo veel te zien en we zouden nog in een cabrio dubbeldekker.’ Moeder knikt. ‘De dubbeldekker is niet meer gelukt, maar we gaan zeker nog eens terug. Ik vind Londen ook heel leuk en papa moet er vast nog vaker heen, of niet?’ Papa knikt. ‘We gaan zeker nog eens terug Mees, zie je wel dat reizen best leuk is?’ ‘Het is super leuk, ik reis graag met je mee pap!’ grinnikt hij. 

Nicole Martens, oktober 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.