Op de camping

Kiki en Jaap zijn op vakantie. Voor het eerst zijn ze helemaal naar Spanje gereden. Met de caravan. Het was een lange reis. Onderweg hebben ze veel gezien en papa stopte vaak, zodat ze even uit de auto konden om te spelen. Ook hebben ze een nachtje in Frankrijk op een camping gestaan. Toen sliepen Kiki en Jaap in de caravan bij papa en mama, omdat het maar 1 nachtje was. Het was wel heel krap in de caravan met zijn vieren. In Spanje blijven ze wel twee weken.

Papa heeft een tentje opgezet voor Kiki en Jaap. Daar mogen ze samen in slapen. Kiki en Jaap vinden dat hartstikke leuk, maar ook wel een beetje spannend. Want als ze nou roepen, horen papa en mama hen dan wel? Mama heeft gezegd dat ze hen altijd hoort en de deur van de caravan blijft gewoon open, zodat ze altijd naar binnen kunnen. 

Mama heeft hun bedden in de tent klaar gelegd, met een fijne slaapzak erop en een zacht kussen. Kiki en Jaap hebben wat speelgoed en boeken in hun tentje gelegd. Ze hebben het heel gezellig gemaakt met hun knuffels en natuurlijk ook hun zaklampen erbij, want in de nacht is het heel donker. 

Het is geweldig op de camping. Er zijn veel kinderen en er is een groot zwembad. Ook is er een mooie speeltuin, vlakbij de caravan. Er is echt van alles te beleven. Het is wel warm, maar dat vinden Kiki en Jaap juist fijn. De hele dag hebben ze gespeeld en gezwommen en ze mogen ook nog lang opblijven, want het is veel te warm om te gaan slapen, vindt mama. Als ze eenmaal moe in hun tentje liggen, vallen ze al snel in slaap, hoewel het nog steeds warm is buiten en in de tent. Eventjes hebben ze nog wat gekletst samen. Heel zachtjes, want als je in een tent ligt, kan iedereen buiten je horen. Maar ze waren te moe om het kletsen lang vol te houden, vooral Kiki kon haar ogen niet meer open houden. 

Als het al hartstikke donker is, wordt Kiki wakker van een raar geluid. Eventjes moet ze nadenken over waar ze is, maar dan weet ze het weer, ze ligt in het tentje, op de camping. Naast haar ligt Jaap lekker te slapen, hij snurkt een beetje. Maar dat is niet het geluid waar Kiki wakker van werd. Ze hoort iets tikken. Heel zachtjes. Wat zou dat nou zijn, denkt Kiki. Het klinkt best gezellig. Maar dan wordt het tikken steeds harder en sneller. Het regent! Bedenkt Kiki zich dan. En het regent inmiddels flink hard. Kiki vindt het niet meer zo leuk en probeert Jaap wakker te maken, maar dat gaat niet zo gemakkelijk. ‘Jaap, Jaap, word eens wakker!’ roept ze. Maar de regen maakt zoveel geluid dat ze haar eigen stem bijna niet hoort. Ze duwt tegen Jaap aan, die daardoor op zijn rug rolt, maar nog steeds slaapt. Kiki roept nu, dicht bij zijn oor: ‘Jaap word wakker!’ ‘Huh, wat, hoezo, wat is er?’ zegt Jaap verward. ‘Het regent zo heel hard. Ik vind het niet fijn. Straks worden we nog nat hier.’ Zegt Kiki. Jaap is nu echt wakker en hoort ook dat de regen hard op het tentdoek klettert. ‘Nee, we worden niet nat, de tent is niet lek. Ga maar gewoon slapen, het is maar water hoor. Het klinkt eigenlijk best gezellig.’ Zegt Jaap en hij wil zich weer op zijn zij draaien om verder te slapen. ‘Nee, niet slapen, ik vind het eng. We kunnen ook niet naar papa en mama nu, want dan worden we helemaal nat!’ roept Kiki met een wanhopig stemmetje. Net als Jaap wil reageren horen ze ook ineens gedonder. ‘Wat was dat?’ roept Kiki verschrikt. Nog voordat Jaap iets kan zeggen is de tent ineens verlicht door een felle bliksemflits. Direct daarop volgt een harde klap. ‘Het onweert!’ Roept Jaap, nu ook een beetje bang. Regen is niet erg, maar onweer vindt hij ook helemaal niet fijn. ‘Wat moeten we nu doen Jaap?’ gilt Kiki tussen twee onweersklappen door. Ze zijn dicht tegen elkaar aan gaan liggen en hopen dat papa of mama naar hen toekomt. Roepen heeft geen zin, want de regen en het onweer maken zoveel geluid, dat horen ze nooit in de caravan. ‘Ik weet het niet. Ik vind het ook niet fijn,’ snikt Jaap. Hij moet er bijna van huilen maar houdt zich groot want hij is de oudste. Kiki is zijn kleine zusje, daar moet hij sterk voor blijven. Bij Kiki stromen de tranen inmiddels over haar wangen. Ze is zo vreselijk bang. ‘Ik wil naar huis! Ik wil nooit meer naar Spanje en nooit meer in een tent slapen!’ roept ze. Jaap krijgt een idee. Hij zoekt in het donker naar zijn zaklamp. ‘We doen onze zaklampen aan Kiki, dan zien papa en mama dat we wakker zijn en we zien de lichtflitsen niet meer zo goed!’ Jaap is blij met zijn eigen goede idee. Hij heeft zijn zaklamp snel te pakken en klikt hem aan. Dan ziet Kiki ook die van haar liggen en doet die aan. Het is ineens een stuk minder eng. Het dondert nog flink en de regen tikt hard op de tent, maar het is niet meer zo donker. ‘Wat een goed idee Jaap,’ snikt Kiki. Ze probeert haar tranen te drogen. Eigenlijk wil ze helemaal niet huilen bij haar grote broer. Straks lacht hij haar uit! Maar Jaap lacht haar niet uit, want hij is apetrots op zijn kleine zusje. ‘We gaan het wel redden hoor Kiki. Er kan nu niks meer gebeuren, papa ziet vast dat we wakker zijn nu.’ En hij slaat een arm om haar heen. Kiki schrikt nog van een harde onweersklap maar is blij met haar grote broer, hij is zo lief voor haar! Dan horen ze ineens geritsel buiten de tent. Ook zien ze licht bewegen. Even schrikt Kiki weer, maar dan wordt de rits van de tent open gedaan en zien ze papa staan met een grote paraplu. ‘Oh, je bent er! We waren zo bang!’ roept Kiki blij. ‘Nou, Kiki was vooral bang, ik niet hoor,’ liegt Jaap. ‘Kom maar snel mee naar de caravan,’ zegt papa. Ze kruipen uit hun slaapzakken en schieten hun slippers aan. Terwijl papa de tent dichtritst rennen Jaap en Kiki naar de caravan waar mama de deur openzwaait. Van het kleine stukje buiten zijn ze kletsnat! Papa probeert zich met paraplu en al de caravan in te wurmen, maar dat gaat natuurlijk niet. De paraplu blijft in de deuropening hangen en slaat om. Papa moppert en weet uiteindelijk de paraplu binnen te krijgen. 

‘Ik was zo bang, mam,’ zegt Kiki. ‘Ik wil echt nooit meer in die tent slapen hoor!’ Mama trekt haar dicht tegen zich aan. ‘Ik kan me voorstellen dat het niet prettig was in de tent, lieverd, maar dit gebeurt echt niet iedere nacht hoor. Ik heb het nog nooit eerder meegemaakt. We hebben gewoon pech. Het komt wel goed hoor.’ Ze schenkt iets te drinken in voor de schrik en ze mogen ook nog wat lekkers eten. ‘Ik wil nog wel in de tent slapen hoor,’ zegt Jaap. ‘Ik vond het erg leuk, totdat het ging onweren dan.’ ‘De rest van de nacht slapen jullie maar lekker hier en morgen is het vast gewoon heerlijk weer.’ Zegt mama. En dat doen ze. 

De volgende dag is het inderdaad weer heerlijk weer en gaan ze met zijn allen in het oude dorpje even verderop kijken. Het is er heel gezellig en ze kopen nog wat leuke dingen voor op de camping. Natuurlijk gaan ze ’s middags weer zwemmen in het zwembad en aan het eind van de dag is Kiki het onweer al bijna vergeten. Maar als ze weer in de tent liggen om te gaan slapen vraagt ze voor de zekerheid aan papa of het niet weer gaat onweren. ‘Ik heb net op televisie het weerbericht gezien en het blijft droog en warm vannacht, dus ga maar lekker slapen.’ Kiki is gerustgesteld. Helemaal als Jaap tegen haar zegt: ‘Als het toch weer gaat regenen, maak je me gewoon weer wakker, oke? En leg je zaklamp maar vlakbij, dan kan je hem altijd snel pakken als het nodig is.’ Kiki is blij met haar grote broer. Ze geeft hem een dikke knuffel en gaat dan lekker slapen.

Nicole Martens, juli 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.