De snoepwinkel en de monsters

Een speciaal verhaaltje voor Roel

In het stadje waar Roel woonde was nog een ouderwetse snoepwinkel. Een oud omaatje verkocht er snoepjes in alle soorten en maten. Je kon er nog snoepjes kopen voor 5 cent per stuk, zoals een lolly of een reuze toffee. Het rook er heerlijk zoet en het was voor ieder kind in het dorp een feestje om erheen te gaan. Als het vakantie was, mocht Roel ook een zak snoep scheppen in het snoepwinkeltje. Roel wist heel goed dat snoepen niet gezond was, maar in de vakanties mocht dat best, vond zijn moeder. Roel vond dat natuurlijk heel erg leuk, en lekker!

“De snoepwinkel en de monsters” verder lezen

Het Dierenmeisje

Een speciaal verhaaltje voor Asya

In een warm land, hier ver vandaan, woonde Asya met haar ouders in een gezellig hutje, midden in een groot oerwoud. Het hutje stond in een klein dorpje dat op een open plek in het oerwoud was gebouwd. De mensen woonden er heel gezellig met elkaar. Ze aten van de vruchten uit de bomen en van de planten in het oerwoud. Iedereen wist precies wat je wel en niet kon eten. 

“Het Dierenmeisje” verder lezen

In kabouterland

Op een morgen werd Janella wakker. Haar kamer zag er anders uit dan anders. Ze ging rechtop in bed zitten en keek eens goed om zich heen. Er stonden allemaal meubeltjes van hout in de kamer en de muren waren niet recht, maar krom. Ook het dak was rond en niet recht. ‘Waar ben ik nu?’ vroeg Janella hardop.

“In kabouterland” verder lezen

Farre

Een speciaal verhaaltje voor Eleonoor

Eleonoor liep met Farre, haar ruwharige teckel, in het bos. Farre vond het heerlijk om lekker los door het bos te rennen. Hij rende heel diep het bos in, de bladeren stoven achter hem op. ‘Farre, Farre!’ riep Eleonoor. Ze wist wel dat Farre terug zou komen, maar ze riep hem altijd als ze hem bijna niet meer zag. Farre hoorde Eleonoor wel, maar hij rook iets, en moest weten wat het was. Hij rende en rende al snuivend over de grond. Hij vond het een leuk spelletje en had veel plezier. Eleonoor vond het minder leuk toen Farre alsmaar niet terug kwam. Ze rende ook het bos in, achter Farre aan. Hoewel ze hem helemaal niet meer zag kon ze nog een beetje zien waar hij gerend had, omdat de bladeren opzij waren gegaan door het harde rennen.  ‘Farre, Farre, waar zit je toch!’ riep ze rennend door het bos. 

“Farre” verder lezen