Voetbal

Een speciaal verhaaltje voor Thijs

Het is zaterdagochtend, heel vroeg. Het is nog een beetje donker en het is best koud. Thijs is al even wakker, want hij moet straks een voetbalwedstrijd spelen. Nou is Thijs altijd vroeg wakker, maar als hij moet gaan voetballen is hij extra vroeg wakker. Hij is namelijk dol op voetballen en kan niet wachten om naar de club te gaan. Papa gaat met hem mee. Thijs loopt zachtjes de slaapkamer van papa en mama binnen. Ze slapen allebei nog. Dat snapt Thijs niet. Papa moet echt wakker worden, anders zijn ze straks nog te laat voor de wedstrijd.

Een beetje verontwaardigd zegt hij: ‘papa, wordt eens wakker,’ terwijl hij papa zachtjes een duwtje geeft. Papa schrikt ervan en zit meteen rechtop in bed. Dan ziet hij Thijs staan. ‘Wat is er jongen, kan je niet slapen?’ vraagt papa. Thijs snapt het niet, het is toch ochtend, hij moet voetballen, niet slapen! ‘We moeten naar de club papa, anders zijn we te laat voor de wedstrijd. Je moet echt uit bed komen nu!’ Papa kijkt op de wekker. ‘Och Thijs, het is kwart over zes! Het is nog veel te vroeg. De wedstrijd is pas om half negen, dus we moeten er om acht uur zijn. Dat duurt nog een hele poos! Ga nog maar even terug je bed in. De wekker gaat om zeven uur, dan kom ik je wel helpen met aankleden.’ 

Teleurgesteld loopt Thijs terug naar zijn kamer. Hij kan helemaal niet meer slapen. Eventjes gaat hij nog in bed liggen, maar het lukt echt niet om nog in slaap te vallen. Hij pakt een stripboek van zijn nachtkastje, maar heeft eigenlijk geen zin om te lezen. ‘Wat zal ik eens gaan doen?’ vraagt hij hardop aan zichzelf. Hij wil papa en mama niet wakker maken, want dat vinden ze niet zo leuk. Dus moet hij iets verzinnen om te doen wat niet te veel geluid maakt. Thijs denkt en denkt. Ineens heeft hij een heel goed idee. ‘Ik ga vast mijn voetbalkleren aandoen!’ zegt hij blij. Hij schuift zijn bureaustoel voor de kledingkast om zijn kleren eruit te pakken. Eerst ziet hij zijn voetbalsokken niet, maar die blijken ergens achterin de kast te liggen. Dan nog de scheenbeschermers, waar liggen die toch ook al weer? Hij vindt ze na even zoeken onderin de kast. Dan begint hij zich vrolijk aan te kleden. Meestal helpt papa hem met zijn scheenbeschermers en de sokken eroverheen te doen. Dat gaat namelijk best lastig. De sokken zijn een beetje strak. Maar Thijs is vastbesloten om dit nu zelf te doen. Hij heeft tenslotte alle tijd. Eerst doet hij zijn broek en shirt aan. Thijs is heel trots op het tenue van de club. Hij vindt de kleuren mooi en voelt zich een echte voetballer in de kleren. Dan gaat hij aan de slag met de scheenbeschermers. Al snel heeft hij ze aan, maar ze zitten helemaal niet lekker. Niet zo lekker als anders. Thijs bekijkt ze nog een keer en sleurt er aan, maar het helpt niet. Dan krijgt hij een idee. ‘Misschien zitten ze verkeerd om?’ zegt hij hardop. Hij doet ze weer uit en doet die van zijn linker been om zijn rechterbeen. Dat zit een stuk beter! Thijs is trots dat hij het zelf heeft opgelost. Dan de sokken eroverheen. Voetbal sokken zijn eigenlijk kniekousen. Ze zijn heel erg lang. Thijs schuift zijn voet er in. Dat gaat goed. Maar dan moet die hele kous over de dikke scheenbeschermers en dat is een gedoe. Thijs sleurt en rukt aan de kous, maar het wil niet lukken. Hij wordt er verdrietig van, maar hij geeft niet op. Hij bedenkt hoe zijn vader het altijd doet. Die maakt de kous eerst helemaal kort, door hem een soort van op te rollen, en dan trekt hij hem er zo overheen. Thijs probeert het. Het lukt niet in een keer, maar na even oefenen krijgt hij het voor elkaar. Apetrots is hij dat hij al een kous zelf heeft aangetrokken. De tweede gaat ineens een stuk gemakkelijker en niet veel later springt hij van blijdschap door zijn kamer. 

Papa is inmiddels wakker geworden van de wekker en loopt de kamer binnen waar hij Thijs in zijn voetbalkleren ziet rondspringen. ‘Waarom ben jij zo vrolijk?’ vraagt papa nog een beetje slaperig. ‘Kijk dan, kijk dan! Ik heb me helemaal zelf aangekleed en mijn sokken ook!’ roept Thijs blij. Papa’s mond valt open van verbazing. ‘Nou, dat heb jij goed gedaan knul! Wat goed jongen!’ Hij geeft Thijs een dikke knuffel. 

Na een stevig ontbijt vertrekt Thijs met zijn vader naar het voetbalveld. Thijs zoekt direct naar een bal om even mee te oefenen, zodat hij ook alvast een beetje warm wordt. Hij krijgt niet veel tijd om te spelen met de bal, want de gezamenlijke warming-up begint al. Het hele team rent rondjes om het veld en doet rek- en strekoefeningen. Thijs doet enthousiast mee. Daarna maken ze kennis met de tegenstander en geeft de coach nog enkele aanwijzingen. Dan kan het spelletje beginnen. Thijs is heel erg fanatiek en doet voortdurend zijn best om de bal af te pakken van de tegenstander. Al snel heeft hij het heel warm en rent hij met een rood hoofd over het veld. Zijn vader kijkt langs de zijlijn toe en moedigt hem af en toe aan. Het eerste doelpunt wordt gemaakt door de tegenpartij. Thijs is niet blij en wordt nog fanatieker. Hij rent en gilt naar zijn teamgenoten. Plotseling krijgt hij een hele mooie kans. Hij kan de bal onderscheppen en dribbelt snel richting de goal. Dan een flinke uithaal en de bal vliegt met grote snelheid tussen de doelpalen door. ‘Goal!!’ roept Thijs blij. Hij is buiten zinnen van vreugde. Wat voelt dat goed om een doelpunt te maken! Hij rent over het veld en valt zijn teamgenootjes om de nek. Maar de vreugde kan niet al te lang duren, want de wedstrijd gaat door. 

In de rust staat het 1-1. Het is een reuze spannende wedstrijd. Thijs geniet en is vastberaden om te winnen. Zijn vader geeft hem een high-five als hij langs het veld even wat te drinken pakt samen met zijn teamgenootjes. ‘Zag je dat doelpunt van mij pap?’ vraagt Thijs. ‘Ja, natuurlijk jongen, ik heb alles gezien. Geweldig! Ik ben zo trots op je!’ antwoordt zijn vader. 

De rust duurt maar kort, de jongens rennen weer het veld op voor de tweede helft. Alle jongens zijn iets minder fanatiek, de vermoeidheid lijkt een beetje toe te slaan. Ook Thijs voelt zijn benen wat zwaarder worden, maar hij gaat toch door, hij wil heel graag winnen. Halverwege de tweede helft maakt zijn teamgenootje Joris het tweede doelpunt. De jongens zijn door het dolle heen. Ze staan voor! Maar een wedstrijd is pas voorbij als het fluitsignaal klinkt en de tegenpartij wil ook winnen. Het blijft spannend tot de laatste minuut. Het team van Thijs is eigenlijk alleen nog maar aan het verdedigen om zo de 2-1 in stand te houden. Een extra doelpunt lijkt hen niet heel nodig. Maar als de wedstrijd bijna ten einde is, weet de tegenpartij door de verdediging heen te breken en scoren ook zij hun tweede doelpunt. Thijs en zijn teamgenootjes zijn teleurgesteld, de tegenpartij juicht. Dan klinkt het fluitsignaal. Met zijn hoofd naar beneden wandelt Thijs het veld af. Zijn vader heeft een beetje met hem te doen. ‘He Thijs, kop op joh! Jullie hebben het hartstikke goed gedaan! Het gaat om het spel en niet altijd om het winnen,’ zegt hij tegen zijn zoon. ‘Ja, ja, dat weet ik wel, maar winnen is veel leuker dan gelijkspelen.’ Moppert Thijs. ‘Tja, maar gelijkspelen is weer leuker dan verliezen, toch?’ zegt zijn vader. Thijs haalt zijn schouders op, hij had echt willen winnen. Gelijkspel is stom. 

Tegen de tijd dat Thijs en papa weer thuis zijn, is Thijs een beetje over de teleurstelling heen. ‘Ik heb wel een mooi doelpunt gemaakt, he pap?’ zegt hij. ‘Precies jongen, het was een geweldig doelpunt en een hele mooie wedstrijd. Geniet daar nou maar van!’ Thijs knikt, papa heeft wel gelijk. Het was een hele leuke wedstrijd, het was superspannend en zijn eigen goal was ook echt cool. ‘Papa, waarom hebben papa’s altijd gelijk?’ vraagt Thijs. Papa moet lachen. ‘Daar kom je wel achter als je zelf papa bent, Thijs!’ 

Nicole Martens, oktober 2020 

Eén antwoord op “Voetbal”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.