Korte Kinderverhaaltjes
← Terug naar alle verhaaltjes
3-7 jaar jaar

Tuinieren met opa

Op een mooie zomerdag was Levin bij opa en oma. Het was zomervakantie en Levin bleef een nachtje logeren bij opa en oma. Het logeren vond hij altijd een beetje spannend, maar ook ongelooflijk leuk. Levin was met opa in de tuin bezig. Opa en oma hadden een grote tuin, waar altijd wel wat te beleven was. Opa en Levin gingen een stukje grond omspitten. ‘Wat is dat eigenlijk, omspitten?’ vroeg Levin aan zijn opa toen ze in de schuur op zoek waren naar de juiste schep. ‘Nou, door de bovenste laag van de grond om te keren, wordt de grond weer lekker vruchtbaar. Dan kan er weer wat nieuws gezaaid of geplant worden,’ legde opa uit. Levin probeerde zich voor te stellen hoe dat dan moest, de grond omkeren. Hij begreep het niet helemaal. ‘Hoe kan je nou de grond omkeren opa?’ vroeg hij. ‘Dat doen we met een schep. Ik zal het je zo laten zien als ik mijn schep gevonden heb. Voor jou heb ik trouwens ook een mooie schep, dan kan je me goed helpen,’ zei opa. Levin was nieuwsgierig en vond het erg leuk om opa te helpen, dus keek hij eens goed rond in de schuur om de schep van opa te vinden. ‘Waar is nou die schep, die staat toch altijd in deze hoek,’ mompelde opa. ‘Is dit hem?’ vroeg Levin toen hij in een andere hoek een schep zag staan. Opa keek verbaasd op. ‘Ja, geweldig jongen, dat is hem. Wat doet die nou in die hoek?’ Levin haalde zijn schouders op, dat wist hij natuurlijk ook niet. Hij was blij dat hij de schep gevonden had. ‘Nu jouw schepje nog, dat had ik op de werkbank gelegd, eens kijken, ja, daar ligt hij,’ zei opa terwijl hij naar de werkbank liep. Hij gaf Levin een mooie rode schep met een houten steel en een fijn handvat van mooi rood kunststof. ‘Wat een mooie schep opa! Daar kan ik vast fijn mee scheppen,’ zei Levin. Samen liepen ze de tuin in. Opa liet aan Levin zien wat omspitten nou precies was. ‘Ah, dus je steekt gewoon de schep in de grond en dan kieper je die weer om op dezelfde plek!’ riep Levin enthousiast. Dat kon hij vast ook wel. ‘Precies, maar wel netjes steeds op een rij scheppen en niet zomaar hier en daar een gat maken natuurlijk,’ zei opa. Dat begreep Levin wel. Hij ging direct aan de slag. Opa was ook al begonnen. Bij opa ging het heel gemakkelijk. Levin stak zijn schep in de harde, droge grond. Maar de schep zakte helemaal niet zo diep in de grond als die van opa! Levin moest heel hard duwen, maar nog ging de schep er niet goed in. ‘Het lukt helemaal niet!’ riep Levin een beetje bozig. Opa keek naar Levin. ‘Wacht maar, ik help je wel. De grond is ook heel hard, omdat het zo lang droog is geweest.’ Opa probeerde de schep van Levin in de grond te duwen, maar ook hij had er moeite mee. ‘Hmmm, ik denk dat je schep niet goed is voor dit klusje Levin, dan moeten we samen maar met die van mij spitten.’ Levin keek beteuterd. Hij had net zo’n zin gehad om lekker te spitten. Wat een stomme schep! Boos gooide hij de schep op de grond. ‘Ach jongen, daar kan die schep niks aan doen. Het komt door de harde grond! Maar samen is het ook leuk hoor, kom maar voor me staan, dan zet ik de schep in de grond en spring jij er op, zodat hij in de grond zakt.’ Dat vond Levin wel leuk om te doen. Hij was zijn eigen schep al snel vergeten. Gelukkig had hij stevige schoenen aan, want de bovenkant van de schep was best scherp. Door het gewicht van Levin zakte de schep gemakkelijk in de grond en konden opa en Levin hem samen omgooien. Door het omscheppen van de grond kwamen er allemaal beestjes naar boven. Levin zag ineens iets langs kronkelen tussen de omgespitte grond. ‘Oh kijk opa, wat is dat?’ Opa zette de schep opzij en hurkte. Levin ging ook op zijn hurken zitten en samen zagen ze het piertje zichzelf de grond in wriemelen. ‘Dat is een pier of een regenworm, zo noemen ze die ook wel,’ zei opa. ‘Wat een grappig beestje!’ riep Levin. ‘Laten we kijken of we er nog meer vinden, als we doorgaan met scheppen, komen er vast nog meer naar boven,’ zei opa. En dat deden ze. Opa stak de schep weer in de grond en Levin sprong erop. Ze zagen nog heel veel pieren kronkelen tussen de zandbrokken, maar ook kleine torretjes en heel veel mieren. ‘Ik wist niet dat er zoveel beestjes in de aarde woonden,’ zei Levin. ‘Ze zorgen er met zijn allen voor dat de grond gezond blijft, zodat er van alles in kan groeien,’ zei opa. Toen het werk gedaan was gingen ze naar binnen. ‘Oma, er wonen heel veel beestjes in de aarde!’ riep Levin toen hij binnenkwam. Hij vertelde oma van de pieren en de torretjes en de mieren. ‘Wat leuk dat je dat allemaal gezien hebt! Zullen we morgen eens gaan kijken wat voor beestjes er in het water leven?’ vroeg oma. Levin begreep het niet helemaal. ‘Hoe gaan we dat dan doen?’ vroeg hij. ‘Morgen gaan we fijn een stukje varen met de boot. Dan kunnen we meteen kijken of we ook dieren in het water vinden. En misschien wil jij ook een keertje sturen op de boot?’ vroeg oma. Levin knikte enthousiast. Dat wilde hij wel! Hij vond varen verschrikkelijk leuk en sturen leek hem heel spannend maar wel stoer! Voordat Levin naar bed ging las oma hem nog een verhaaltje voor. Oma kon heel goed verhaaltjes voorlezen, Levin genoot ervan. Daarna kreeg hij een hele dikke knuffel van oma, ook dat kon oma heel goed. ‘Ga maar lekker slapen, dan gaan we morgen gezellig varen,’ zei oma. Levin was moe van het werken in de tuin en was binnen vijf minuten in diepe slaap. Hij droomde van de boot en dat hij aan het stuur stond en dat ging hartstikke goed. Nicole Martens, oktober 2020

Wil je een verhaaltje speciaal voor jouw kindje?

Vraag een verhaaltje op maat aan